Home Podium Politiek
Religie Hindoeisme
Islam Suriname India
Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist
Gastenboek Links
Disclaimer Contact
Kritisch Podium Dewanand
Literair
WEBpublication BOOK WART0213 / EPAGE 117 of 125
?
De gids voor geweldloze deïslamisering
59. Appendix A - K
H1. Appendix H. Eerbetoon aan mijn moeder
Klik op de foto
om het helemaal te zien
Offeraar Dewanand
Offercode WART0213
Offerdatum 16 juni 2006
Go to Inhoudsopgave: 'Koran: verbieden of Herschrijven?'
Mijn moeder overleed op donderdag 26 juni 2003 in Paramaribo,
de hoofdstad van Suriname na maandenlang in het ziekenhuis gelegen te
hebben. Zij werd geboren op 30 juli 1940 te Nickerie (rijstdistrict van
Suriname) en bereikte de respectabele leeftijd van 63 jaar.
Toen mijn moeder overleed zat ik in een gesloten kliniek in Delft, op
last van een gerechtelijk vonnis, vanwege het versturen van wetsovertredende
poederbrieven ('Anthrax van Allah') aan bijna honderd Hindoeorganisaties
in Nederland omstreeks mei 2002. Het was heel pijnlijk voor mij om het
nieuws over het overlijden van mijn moeder te ontvangen, want ik was niet
op de hoogte van haar maandenlang verblijf in een ziekenhuis. Doordat
ik vast zat en niet over enige financiële middelen beschikte, kon
ik niet naar Suriname reizen om de begrafenis bij te wonen van mijn moeder,
die ik voor het laatst in november 2000 had bezocht, wegens mijn huwelijk
met een Hindoemeisje uit Suriname.
Mijn moeder is afkomstig uit een islamitische familie. Mijn vader kwam
uit een Hindoefamilie, maar werd katholiek gedoopt en geloofde op latere
leeftijd nergens meer in, behalve wetenschap en materiële zaken.
Nu volgt een korte biografie van mijn moeder als laatste
eerbetoon voor al haar goede zorg aan mij, haar enige zoon.
Mijn moeder werd geboren in de van Pettenpolder te Nickerie en groeide
op in een arm gezin van acht kinderen. Zij was als meisje heel ijverig
op school en slaagde als beste op de mulo school, wegens de hoogste cijfers
voor rekenen en lezen. Hiervoor werd zij beloond met een busreis. Zij
studeerde verder en volgde de lerarenopleiding om les te kunnen geven
op de basisschool. Toen zij 19 was leerde zij mijn vader kennen en begon
een relatie, wat eigenlijk tegen de kastewetten was van de Hindoestaanse
gemeenschap in Nickerie. Zij en mijn vader trouwden in het geheim en lieten
het huwelijk inzegenen door een hindoepriester. Mijn beide ouders waren
smoorverliefd op elkaar toen zij pas getrouwd waren en vormden samen het
volmaakte modelkoppel in de Nickeriaanse leefomgeving.
Na een jaar getrouwd te zijn werd mijn zuster geboren. En een jaar daarna
werd ik geboren in juni 1966. Mijn vader wilde toen naar Nederland gaan
om voor arts te studeren, want dat was zijn grootste wens in het leven.
Hij was ook een van de beste scholieren uit zijn tijd. Dus vertrokken
wij allen naar Nederland toen ik ongeveer twee jaar oud was. Mijn ouders
vestigden zich in Leiden, waar mijn vader werkte en studeerde. Uiteindelijk
slaagde hij cum laude voor het artsenexamen en staat tot nu toe bekend
als een van de beste studenten aan de Leidse Universiteit. Een jaar later
remigreerden mijn ouders naar Suriname. En mijn vader vestigde toen een
praktijk als huisarts in Paramaribo.
Binnen enkele jaren na de remigratie naar Suriname ontstonden er huwelijksproblemen
en mijn ouders besloten om te scheiden, na veel geruzie en enkele vechtpartijen.
Ik was toen nog een klein, mager en onbewust Hindoestaans jongetje van
nauwelijks vijf of zes jaar en wist niet goed wat er gebeurde in de wereld
van de volwassenen. Uiteindelijk werd het echtscheidingsvonnis uitgesproken
en mijn moeder kreeg de voogdij over de twee kinderen.
Mijn moeder kreeg het na de echtscheiding omstreeks 1973 heel zwaar,
maar zette toch door. Zij werd min of meer verstoten door haar familie
en moest het alleen uitzoeken met haar twee kinderen. Zij was vastbesloten
om haar goede eer te redden en haar kinderen zo goed mogelijk op te voeden,
als een voorbeeldige moslimvrouw. Dankzij haar werk als onderwijzeres
kenden veel mensen haar en zij hielp veel kinderen uit arme milieus om
hun toekomstperspectieven te verbeteren. Een onderwijzer heeft immers
een heel verantwoordelijke taak en beschikt soms over het leven van honderden
arme kinderen.
Mijn moeder kan
getypeerd worden als een moslim(100), want
zij geloofde niet strikt in de koran en had een vrijzinnige, seculiere
interpretatie van het moslimzijn. Zij at geen varkensvlees en liet
mij een koranisch gebed (bismillah) opzeggen tijdens het slachten van
eenden en kippen. Ook kookte zij al het bloed uit vers vlees. Verder wist
zij nauwelijks iets uit de koran, maar wilde eigenlijk dat ik een goede
moslim zou worden en zou trouwen met een mooi moslimmeisje. Ik groeide
echter op in de multiculturele Surinaamse gemeenschap en was overal geïnteresseerd
in. Meestal las ik boeken over de geschiedenis, techniek en wetenschap.
Mijn jeugd was nogal somber, want mijn moeder kon haar echtscheiding
niet verwerken. Zij voedde mij streng op en strafte mij vaak, om allerlei
kleinigheden. Eigenlijk was ik haar trots en ik was min of meer verplicht
om goed te presteren op school, om haar eer als welvarende gescheiden
moslimvrouw hoog te houden. Meestal gaf zij mij het gevoel dat ik niet
meetelde, mits ik goede cijfers behaalde op school en de beste van de
klas was. Deze liefdeloosheid en kilheid van haar bezorgden mij veel verdriet
gedurende mijn jeugdjaren, maar ik slaagde erin om de VWO (mr. Dr. J.C.
Miranda Lyceum te Paramaribo) af te ronden in 1987, ondanks vele tegenslagen,
ziekten, bitterheid en verdriet.
Mijn moeder was een vrij ondernemende vrouw. Zij was zelfstandig en spaarzaam.
Dankzij bijlessen slaagde zij erin om wat kleding te maken voor diverse
mensen en wat geld bij te verdienen. Ook had zij aardig wat kennis over
de economie en bezat zelfs aandelen. Zij slaagde erin om twee stukjes
grond met onroerend goed erop te kopen, wat een hele prestatie is voor
een gescheiden Hindoestaanse vrouw in Suriname. Het lukte haar echter
niet om een tweede liefde te vinden, want zij besloot om nooit meer te
hertrouwen, ondanks enkele pogingen daartoe.
Ik verliet Suriname in september 1986 en vertrok naar Nederland om te
studeren aan de Technische Universiteit Delft (TUD). Mijn studiejaren
waren zwaar en vol problemen, wegens diepgewortelde jeugdtrauma's en de
hopeloze identiteit van een ontredderde en ontwortelde, kleine en magere
Hindoestaanse jongen uit Suriname, het
verdoemde negerland uit Zuid-Amerika. Het is heel waarschijnlijk
dat ik tot het jaar 2000 alle problemen meemaakte die er bestaan in het
leven van een Hindoestaanse jongeman en desondanks toch erin slaagde om
te schrijven en te overleven. Pas in het jaar 2000, na dertien jaar onafgebroken
verblijf in Nederland bezocht ik Suriname en zag mijn moeder terug. Zij
was best tevreden dat ik eindelijk zou trouwen en uitte destijds de wens
om een kind te zien uit mijn huwelijk. Helaas is dat nu onmogelijk.
Mijn grootste ellende en verdriet op
dit moment is, dat mijn moeder nooit meer een boek van mij zal kunnen
vasthouden in haar handen, om vol trots te aanschouwen wat haar enige
zoon heeft gepresteerd, ondanks duizenden problemen en dertien jaar bittere
ellende, als een kasteloze hindoehond in de bittere Nederlandse kastenmaatschappij.
Wegens al haar zorgen en ook wegens de niet geboden zorg heb ik besloten
om dit boek te schrijven als laatste eerbetoon aan de intelligente vrouw
die mij opgevoed heeft. Elk mens moet tevreden zijn met hsijn moeder,
want ook dat is een karmisch geschenk van Altecrea. Leer tevreden te zijn
met datgene wat je niet gekregen hebt en leer om zuiver te zijn, en zuiver
te blijven, teneinde alle problemen te overwinnen uit het eeuwig gokspel
van leven en dood. Het is heel waarschijnlijk dat ik al deze wijsheden
van mijn moeder heb geleerd, want zij is degene geweest die mij de voornaam
'Dewanand' gaf bij mijn geboorte.
Lees ter besluit wat een hindoevrouw uit Trinidad aan
mij mailde over mijn moeder. Nu volgt de letterlijke engelstalige tekst
van Ganga Devi.
***
Trinidad, 21th September 2004
Dear Dewanand,
You are more fortunate than most people.
You are by birth a real Muslim and a real Hindu. How fortunate to have
two religions while some people have none.
It is jut two different pathways, which leads to the same Almighty God
who can be called by any name you choose.
A great Hindu poet by the name of Surujrattan wrote this song "Call
him Allah, call him Raam, call him Krishna, call him Christ - he is
the same one loving God to all man". This song made a big
hit all over the world; you must have heard it before.
Religions were created by wise men not by God. These religions are to
control and uplift the human race to their highest standard of living
so that our souls can be nourished and we can be spiritually enlightened.
It is often said that in the same way food is necessary for our bodies
to grow, religion is necessary to feed our souls so we can achieve our
highest goals.
It is out of your mother's great love for you she wanted a Muslim life
for you and it is out of your father's love he wanted a Hindu life for
you. More importantly it is out of God's great love you can choose either
path. You are so lucky and should count your blessings, as both religions
should make you stronger.
Women are strong through the blessings of the Lord, we are not supposed
to control men or be controlled by men. We are supposed to give love,
support and encouragement to the men in our lives who in return should
also give respect and love to us so we can have harmony in our homes
and in the world.
Namaskaar,
Ganga Devi
***
Go to Inhoudsopgave: 'Koran: verbieden of Herschrijven?'
WEBpublication BOOK WART0213 / EPAGE 117 of 125
Home Podium Politiek
Religie Hindoeisme
Islam Suriname India
Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist
Gastenboek Links
Disclaimer Contact
Kritisch Podium Dewanand
Literair
Alle rechten voorbehouden; All rights reserved
Offercode: WART0213
Copyright @ Dewanand 2006
|