Hieronder heb ik de letterlijke tekst uit een heel oud ongepubliceerd
manuscript van mij over religie opgenomen, om de levensloop van een religie
op een exacte wijze uiteen te zetten, voor moslims en overige geïnteresseerden.
Ik heb uit manuscript wart0129 hoofdstuk 6.1 opgenomen.
Ieder wezen kent diverse levensfasen of ontwikkelingsstadia. Systematisch
zal in het hiernavolgende betoog de diverse stadia besproken worden. De
overgangsfasen zullen niet uitputtend behandeld worden. Dit is namelijk
veel te complex.
1. Prenatale fase
In deze fase wordt het ontstaan van de religie voorbereid. De eerste
grondgedachte achter de religie wordt opgebouwd of het ontwikkelt zich
tijdens een totaal bezielde toestand. De religie bestaat dan nog niet
echt.
2. Geboorte
De religie ontstaat daadwerkelijk. Een of andere wijze, profeet, apostel
of avatar heeft de basis gelegd voor het ontstaan van de religie. Er
is al sprake van een handjevol volgelingen. De hele gedachtegang achter
de religie hoeft nog niet echt gevormd te zijn. De religie is nog niet
volmaakt of ontwikkelt. In deze fase worden de belangrijkste boeken,
de zogenaamde "Heilige Boeken", geschreven. Het ontstaan van
een nieuwe stroming of zijtak in een al bestaande religie kan ook als
de geboorte van een nieuwe unieke religie gezien worden. Het belangrijkste
kenmerk van de geboortefase is het bestaan van een stichter, de alwetende
profeet. Ik vind het wel teleurstellend dat geen enkele religie door
een vrouw gesticht is. Het Hindoeïsme kent geen stichter of profeet.
Deze fase van dit geloof is totaal onbekend, dus hierom is het best
mogelijk dat vrouwen een grote rol hebben gespeeld bij het ontstaan
van dit geloof. Dit zal in een ander hoofdstuk worden toegelicht.
3. Peuterjaren
De basis voor de hele religie wordt min of meer gelegd. Het is echter
nog niet zeker of de religie zal blijven voortbestaan. Wiegendood kan
een doodsoorzaak zijn. Het handjevol volgelingen doet er alles aan om
in aantal toe te nemen, desnoods door middel van hyperfertiliteit van
de vrouwen. Verspreiding van de religie is heel belangrijk voor het
in leven blijven van de piepjonge religie.
4. Jeugdfase
De overlevingskans van de religie is nu vrijwel gelijk aan 100 procent.
Het aantal volgelingen is sterk toegenomen door fysiologische geboorten
en bekeringen. De religie leeft nu echt. Ook is het belangrijk dat de
rest van de wereld de religie als volwaardig erkent. Erkenning is dus
een belangrijk kenmerk van deze jeugdfase. De basisidentiteit van de
religie wordt nu gevormd, maar het is nog niet volledig ontwikkeld.
5. Tienerfase
Iedereen kent het gedrag van tieners. Een tiener zit vaak in een levenscrisis.
Tieners hebben de neiging om zich heel extreem te gedragen. Precies
zo is het ook met een religie in de tienerfase. De gelovigen zijn heel
extreem in hen geloofsbelijdenis en overtuiging. Deze fase heeft als
voornaamste kenmerk het voorkomen van extreme interpretaties van de
heilige boeken. Bepaalde richtlijnen worden letterlijk nageleefd. Het
verschijnsel blind fundamentalisme, met een kop als een kip, is overheersend.
Andersdenkenden en ongelovigen worden soms meedogenloos afgeslacht of
gedwongen om zich te bekeren. De tienerfase is een heel instabiele fase.
Heilige oorlogen, kruistochten, een zeer moorddadige inquisitieapparaat
(in Europa tijdens de middeleeuwen) en allerlei religieusmilitaristische
activiteiten zijn een hoofdkenmerk van deze tienerfase. Ook wordt er
flink gevochten (totale oorlog), met moderne wapens, tussen de diverse
stromingen van de religie. Je zou daarom kunnen concluderen dat de Islam
zich momenteel in de tienerfase bevindt. Je ziet bijvoorbeeld talloze,
zeer actieve, fundamentalistische islamitische bewegingen in veel landen.
De tienerfase kan in één klap over zijn. Dat is in Iran
gebeurd. Het Iranese volk houdt zich nu niet meer extreem aan de richtlijnen
van de Koran. Vrouwen laten nu maar hun sluier thuis in Iran en kijken
of hun minirokje goed staat. De tienerfase vertoont alle kenmerken van
onvolwassenheid. Hoofdkenmerken van
de tienerfase zijn dus: extreme geloofsbelijdenis, streven naar wereldoverheersing
(desnoods via bloedige oorlogen), fundamentalisme, intolerantie, niet
flexibel zijn, bekrompen interpretaties van de heilige geschriften en
vooral talloze religieus geïnspireerde oorlogen.
Gedurende de tienerfase is een religie vaak een echte plaag of een moordlustige
epidemie. Net als een ziekte probeert de religie zich dan over de hele
wereld te verspreiden. Dit is heel lastig voor de andere levende wezens
op aarde.
6. Volwassenheid
In deze fase is de identiteit van de religie volledig ontwikkeld. De
volgelingen streven niet echt meer naar expansie of wereldoverheersing.
Het besef dat er meer dan religie is in het leven is aanwezig onder
de meerderheid van de volgelingen. Het aantal leden van religieuze organisaties
is stabiel of fluctueert om een gemiddelde. De heilige geschriften worden
ruimer opgevat. Andersdenkenden worden getolereerd, maar niet gedwongen
om zich te bekeren. Gedurende de volwassen fase is er rust en stabiliteit.
Fundamentalisme bestaat niet meer. Extreme interpretaties van de heilige
geschriften zijn opzij gezet. Men nuanceert de sacrale versregels een
ietsje pietsje.
7. Bejaarde of wijze fase
Dit is de fase van voortdurende bezinning. De religie is volledig ontwikkeld
of liever gezegd overontwikkeld. Andersdenkenden, andere religiën
en ongelovigen worden volledig erkend als volwaardig of hebben zelfs
een eigen plaats gekregen binnen de religie. Dit is de fase van extreme
tolerantie en verdraagzaamheid. Er is plaats voor een ieder. De heilige
geschriften worden sterk gerelativeerd aan de opvattingen van de tijdgeest.
De volgelingen hebben wel nog steeds het gevoel dat de religie hun leven
bepaalt. De grenzen van de religie zijn dus bepaald. Expansie is niet
meer het hoofddoel van de religie. Flexibiliteit is wel een hoofdkenmerk.
De religie is in deze fase wijs geworden. Doelen worden niet meer langs
de weg van oorlog en strijd bereikt. Problemen worden op een vreedzame,
wijze en intelligente manier opgelost.
8. Eventueel verjongingsfase
Verjonging is een heel intrigerend proces. Een religie kan zich na de
bejaarde fase verjongen doordat er nieuwe frissere interpretaties ontstaan
van de heilige geschriften. De verjonging zal echter nooit meer kunnen
leiden tot dom tienergedrag of grenzeloze onvolwassenheid. Gedurende
deze verjongingsfase expandeert de religie. Het groeit en ondergaat
een vreedzame transformatie of zelfs een gehele metamorfose, net als
een rups in een cocon.
9. Dood
Net als ieder levend wezen kan een religie ook dood gaan. Praktisch
is een religie dood als het geen enkele levende volgeling meer heeft.
De volgelingen kunnen allemaal uitgeroeid zijn of zich allemaal bekeerd
hebben tot een andere religie of geloofsovertuiging. Of het inzicht
is bereikt dat de oude religieuze doctrines gewoon zelfbedrog en klinkklare
onzin waren. Of men ontkent het bestaan van een Almachtige Schepper.
"Als je het allemaal niet meer begrijpt, haal je god erbij",
kan bijvoorbeeld de argumentatie zijn voor het verlaten van de religie.
Een dode religie bestaat in de praktijk alleen nog op papier. Een boek
kan namelijk nooit sterven. Voorbeelden van dode en gecremeerde religiën
zijn b.v. de Griekse godsdienst, de Romeinse godsdienst, de Keltische
godsdienst, de religie van de Inca's en de Azteken, enz. Ik ken niet
alle overleden religiën. Gedurende de stervensfase kunnen de volgelingen
van een religie zich heel tegenstrijdig gedragen en uiten. De volgelingen
houden zich dan alleen maar aan enkele richtlijnen als het hun voordelen
biedt. Of men gaat netjes op zondag naar de kerk, van exact 10 uur 's
morgens tot 11:30 uur, terwijl men de rest van de week in het geheel
niet handelt en leeft als een gelovige. Het belijden van de religie
wordt dan beperkt tot dat anderhalf uurtje op zondag. Dus "Zondag
vroom, door de week een beest." Dan kun je rustig zeggen dat de
religie praktisch al dood is. Het is vervallen tot een schijnreligie.
Hoofdkenmerken van de dode fase zijn: tegenstrijdigheid, extreem opportunisme,
normloosheid, niet-geloven of het belijden van een geheel andere religie.
10. Eventueel wedergeboorte.
Er zijn religiën die al eeuwen dood waren maar
opeens een wedergeboorte meemaakten. Wedergeboorte van een religie is
ook een heel interessant proces. Er ontstaan, net als bij de geboorte,
weer een handjevol volgelingen. Die zijn dan de enige volgelingen en
die streven er dan naar om in aantal toe te nemen. Ik ben een religie
tegengekomen die momenteel een soort wedergeboorte doormaakt. Het gaat
om de oeroude religie van de Germaanse volkeren; het Odinisme. Veel
mensen noemen deze religie geheel onterecht, het heidendom. Het Odinisme
was eeuwenlang de oorspronkelijke religie van de Noordeuropese volkeren.
Ik heb er geen moeite mee als het Odinisme weer de belangrijkste religie
van heel Europa wordt. Wel moet alles zonder al te veel bloedvergieten
en mensenlevens geschieden. Het trieste van deze nieuwbakken Odinisten
van de eenentwintigste eeuw is, misschien wel, dat zij het Odinisme
opnieuw moeten uitvinden, omdat praktisch alle volgelingen en tradities
weggevaagd zijn door de gekerstende tand des tijds.