Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

Kritisch Podium Dewanand

Literair

WEBpublication BOOK WART0213 / EPAGE 15 of 125

Koran: verbieden of Herschrijven?
De gids voor geweldloze deïslamisering

4. Juridische analyse

Klik op de foto om het helemaal te zien


Offeraar       Dewanand
Offercode      WART0213
Offerdatum     16 juni 2006

Go to previous Epage ... Go to next Epage
  • Go to Inhoudsopgave: 'Koran: verbieden of Herschrijven?'
  • Het is de bedoeling dat de geciteerde wetsteksten uit appendix B hier uitvoerig worden geanalyseerd, zodat er nieuwe juridische inzichten ontstaan.

    Tolereren van godsdiensten
    Hieronder worden artikel 1 en artikel 6 uit de Nederlandse grondwet geciteerd.

    Artikel 1 . Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

    Artikel 6 .
    - 1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
    - 2. De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

    Analysetekst 1.
    Op grond van artikel 1 uit de grondwet mag niemand gediscrimineerd worden vanwege hsijn godsdienst of levensovertuiging. Het hele begrip godsdienst is in deze wetstekst niet exact gedefinieerd. Het is ook onduidelijk welke attributen en hulpmiddelen wel of niet toegestaan zijn bij het belijden van een bepaalde godsdienst. De koran is een van de hulpmiddelen bij het belijden van de islam, maar de vraag rijst nu, in hoeverre deze koran onmisbaar is.

    Besef nu eens het volgende. Zeker negentig (90) procent van de moslims in Nederland heeft de koran nooit gelezen en heeft dit geschrift niet in bezit. Dus hoewel zij zich moslims noemen is er zo te zien geen enkele behoefte om de koran te gebruiken en daaruit te lezen, voor het beoefenen van het eigen geloof. Derhalve is er bij negentig procent van de moslims in Nederland geen enkele noodzaak om de koran te gebruiken in het belang van hun eigen geloofsidentiteit en derhalve kan gesteld worden dat dit geschrift voor deze meerderheid niet noodzakelijk is. Hun kennis van de koran is dus nihil en dit impliceert dat zij dit geschrift niet nodig hebben. Als de koran verboden zou worden of niet meer gedistribueerd mag worden, dan zou dit geen enkel gevolg hebben voor hun recht op een eigen godsdienstbeoefening. In principe zou het voor negentig procent van de moslims in Nederland niets moeten uitmaken als de koran wel of niet toegestaan is, want dit geschrift is immers niet relevant voor hun (historische en psychologische) geloofsidentiteit en hun individueel gevoel van moslim-zijn.

    In artikel 1 is slechts gesteld dat een ieder het recht heeft om een eigen geloof te belijden. In artikel 6 is in lid 2 gesteld dat de wetgever iets mag ondernemen om wanordelijkheden te voorkomen of te bestrijden. Dit laatste punt schept in principe juridische ruimte om eisen te stellen aan elk attribuut, dat gebruikt wordt voor het belijden van een geloof.

    Stel, geheel theoretisch, dat er een groep gelovigen zou bestaan die een atoombom nodig heeft, voor het belijden van hun geloof. Dan zou artikel 6 lid 2 de wetgever het recht geven om dit geloofsattribuut te verbieden op Nederlands grondgebied, want het bezit van atoomwapens en atoomgeheimen is verboden bij de wet, voor gewone burgers en organisaties, die niet tot de beëdigde krijgsmacht behoren. Het verbieden van het bezit van een atoombom, als religieus attribuut is dan gewettigd volgens artikel 6 lid 2, zodat het gestelde in artikel 1 dan opgeheven wordt. Elke rechtszaak hiertegen zou deze groep gelovigen verliezen, want elke rechter zou het tegenargument aandragen zoals gesteld is in artikel 6 lid 2, ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden.

    Doordat in artikel 6 lid 2 gesteld is dat de wet ook moet proberen om wanordelijkheden te voorkomen of te bestrijden, is er eigenlijk al een wettige basis om de koran te verbieden, danwel herschrijving ervan te gelasten in het belang van de openbare orde. Immers in diverse koran teksten wordt de gelovige moslim aangezet tot het overtreden van de wet, wat strafbaar is volgens het wetboek van Strafrecht. De koran is slechts een geloofsattribuut van moslims in Nederland en is in feite niet noodzakelijk om het geloof te kunnen belijden. Indien de koran verboden wordt, dan betekent dit immers niet dat de hele islam verboden wordt op Nederlands grondgebied, want de mensen hebben dan nog steeds het volste recht om in Allah of de islam te blijven geloven en alle religieuze handelingen en ceremonieën uit te voeren. Immers negentig procent van de moslims weet niets over de koran, maar noemt zichzelf wel moslim, wat duidelijk aantoont dat zij dit geschrift en de teksten eruit niet nodig hebben, om hun geloof te belijden en normaal te leven in Nederland.

    Analysetekst 2.

    Beschouw het volgende artikel uit de Grondwet.

    Artikel 63.
    Indien de ontwikkeling van de internationale rechtsorde zulks vordert kan in een overeenkomst worden afgeweken van bepalingen van de Grondwet. In zodanig geval kan de goedkeuring slechts uitdrukkelijk worden verleend; de Kamers der Staten-Generaal kunnen het ontwerp van een daartoe strekkende wet niet aannemen dan met twee derden der uitgebrachte stemmen.

    In feite kan gesteld worden dat artikel 63 verregaande gevolgen heeft en nu actueel is. De aanval van terroristische moslims in Spanje van 11 maart 2004 is geheel gebaseerd op de religieuze teksten uit de koran, en kan beschouwd worden als een aanval op de hele Europese Unie. De internationale rechtsorde maakt het hierom noodzakelijk dat er een herbezinning optreedt over de rol van de geloofsattributen uit de islam. In principe is de Nederlandse staat nu verplicht om de burgers te beschermen tegen vijandelijke segmenten in de samenleving. Het is voor een ieder nu duidelijk dat Nederland ook een potentieel doelwit is voor de moslimterroristen en dat er duidelijk sprake is van oorlogsdreiging en er reeds een oorlogsverklaring gedaan is. De Kamers der Staten-Generaal moeten hierover vergaderen en een speciale wet aannemen hieromtrent. Het is hierbij wenselijk dat alle vijandige geloofsattributen van de terroristen verboden of veranderd dienen te worden. In feite heeft de Nederlandse bevolking tevens het recht om dit te eisen van de staat der Nederlanden, want deze staat dient de veiligheid te garanderen onder alle omstandigheden.


    Analysetekst 3.

    Uit het Wetboek van Strafrecht. Boek 1. Algemene Bepalingen

    Artikel 45.
    1. Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.

    Artikel 46.
    1. Voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld is strafbaar, wanneer de dader opzettelijk voorwerpen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of voorhanden heeft.

    In artikel 46 uit het wetboek van Strafrecht is duidelijk gesteld dat het voorbereiden van een misdrijf strafbaar is, als er een informatiedrager bestaat waarin dit doel omschreven is. Het begrip informatiedrager in deze wetstekst heeft direct betrekking op de koran, omdat de teksten in dit geschrift immers aanzetten tot haat, discriminatie en moord op ongelovigen en andersdenkenden. Dit is iets wat geen enkele jurist in Nederland kan ontkennen, want het bewijs is reeds geleverd in het verleden en tijdens de bloedige aanslagen in New York (11 september 2001), in Spanje (tien bommen in drie forenzentreinen) en recentelijk in Beslan, door de laffe moord op ruim 300 Russische schoolkinderen. Juridisch gezien is er reeds een keihard bewijs voorhanden dat de koran elke moslim kan aanzetten tot het overtreden van het wetboek van Strafrecht en derhalve een gevaarlijke informatiedrager is, conform het gestelde in artikel 46.

    Door extreem in de koran te geloven wordt de moslim(>700) aangespoord om de jihad voor te bereiden en deze uit te voeren en dit betekent dat er sprake is van aanzetten tot discriminatie, haat en moord op andersdenkenden.

    Analysetekst 4.

    Uit het Wetboek van Strafrecht. Boek 2. Misdrijven

    Artikel 137c.

    Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

    Artikel 137d.

    Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

    Het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) verwijst tijdens haar talloze reclameringen aan websites, vaak naar artikel 137 uit het Wetboek van Strafrecht, want daarin wordt discriminatie of aanzetten tot geweld strafbaar gesteld, krachtens de wet. Maar het MDI vergeet daarbij dat deze stellingname ook van toepassing is op de koran en doet hier niets tegen. In de koran zijn er immers heel veel teksten die de diepgelovige moslim(>500) aanzetten tot haat tegen niet-moslims en hen zelfs aanspoort om deze doelgroep te vermoorden, tijdens de jihad. Op dit punt is de wetgever echt controversieel bezig, want er is geen sprake van enige objectiviteit. De wetgever lijkt in dit opzicht op een klein naïef kind, die niet goed met levensgevaarlijke wolven kan omgaan en hen gewoon tolereert.

    Analysetekst 5.

    Uit het Wetboek van Strafrecht. Boek 2. Misdrijven

    Artikel 147a.

    1. Hij die een geschrift of afbeelding waarin uitlatingen voorkomen die, als smalende godslasteringen, voor godsdienstige gevoelens krenkend zijn, verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige uitlatingen voorkomen, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.

    Volgens mijn persoonlijke waarnemingen wordt artikel 147a dagelijks overtreden op duizenden websites van internet. In zekere zin staat de wetgever op dit punt machteloos, want het is immers een onmogelijke zaak om al de tienduizenden wetsovertreders op te sporen en hen de cel in te gooien. Dit geeft aan dat internet in zekere zin hetzelfde is als een wilde kroegentocht, waar halfdronken lieden van alles en nog wat uitkramen en in een bezopen bui elke strafwet overtreden.

    In principe overtreden de teksten in de koran ook artikel 147a, want er worden immers beledigende opmerkingen gemaakt over Joden, Christenen, beeldenaanbidders, vrouwen, niet-moslims en homoseksuelen. Dit dient de wetgever ook te overwegen, tijdens de vraag of de koran verboden moet worden.

    Analysetekst 6.

    Uit het Wetboek van Strafrecht. Boek 1. Algemene Bepalingen

    Artikel 37.

    1. De rechter kan gelasten dat degene aan wie een strafbaar feit wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet kan worden toegerekend, in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor een termijn van een jaar, doch alleen indien hij gevaarlijk is voor zichzelf, voor anderen, of voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

    De mentale toestand van een fundamentalistische moslim(>900) is in principe zorgwekkend, want in zekere zin is er sprake van een vergevorderde psychose, waarbij alle realiteitszin verdwenen is. In principe kan artikel 37 gebruikt worden om elke moslimfundamentalist verplicht te laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis en onder verplichte TBS behandeling te stellen, in het belang van de algemene veiligheid. Dit is vooral in het belang van de grote meerderheid van de moslims(0-600), die zich gewoon kunnen handhaven in de Nederlandse samenleving en voor niemand een last zijn.

    Elke moslim zou in principe het Openbaar Ministerie kunnen verzoeken om een gesignaleerde moslimfundamentalist te laten behandelen in een gesloten psychiatrische kliniek, om zo problemen voor de hele moslimgemeenschap te voorkomen. Meestal bezoeken zulke gestoorde lieden vrij vaak moskeeën en dan is het de taak van het bestuur om hen op te sporen en aan te geven bij de politie, waarna de Burgemeester een inbewaringstelling (IBS) kan gelasten, in het belang van de openbare orde. Hierover moet serieus nagedacht worden, want het is beter als elke moslim zich voorbeeldig gedraagt en zo respect afdwingt. Immers, ik wil de moslimhaat verminderen en vind dat deze strategie best effectief kan werken.


    Gestoorde moslim in B2 kliniek in Delft
    Tijdens mijn verblijf, op last van het gerechtelijk vonnis, in de gesloten B3 kliniek van GGZ-Delfland aan de Jorisweg in Delft had ik een gestoorde moslimfundamentalist gezien in de B2 crisisafdeling. Deze jongen liep de hele dag met een koran in zijn handen te mompelen in zichzelf en maakte een heel verwarde en agressieve indruk. Hij benaderde mij op een heel vreemde manier en uitte herhaaldelijk dat ik Hindoe ben, wat voor mij heel angstaanjagend was. Ik vermeed elk persoonlijk contact met hem, maar observeerde hem regelmatig, want ik wilde graag meer weten over de invloed van de koranische teksten op zijn ziekte.

    De problematiek van moslims in psychiatrische klinieken is aardig toegenomen gedurende de afgelopen jaren. Een psycholoog vertelde mij dat het aantal gestoorde moslims behoorlijk is gestegen en dat het moslimterrorisme hierbij een grote rol speelt. Juist hierom is het heel belangrijk dat de kwaliteit van de hulpverlening aan deze doelgroep verhoogd wordt en dat er gedegen onderzoek verricht wordt naar de destructieve psychologische invloed van de koranische teksten op het bewustzijn van mindervalide mensen.

    Het is onze humane plicht om elk mens te beschermen tegen de dwaalleer uit de koran, want Mohammed zelf was ook een psychiatrische patiënt. Dit laatste is aangetoond in een onderzoek van de hadith en de koran, welke uitgevoerd is door Herman H. Somers (overleden in 2004), in het boek 'Een andere Mohammed'. In dit werk wordt bewezen dat Mohammed leed aan acromegalie. Juist hierom dient elk intelligent mens de koran en alle daaruit afgeleide islamitische teksten met een groot korreltje zout te bestuderen en uiterst kritisch te blijven erover. Dit laatste geldt ook voor de teksten die door mij geschreven zijn. Zelf ben ik uiterst kritisch over alles wat ik schrijf. Dankzij een strikt dubbelcontrole- en registratiesysteem, met abstracte offernummers en een bijbehorende offerdatum, lukt het mij om genuanceerde, kritische, exacte, progressieve en niet-wetsovertredende teksten te ontwikkelen. Teksten die totale onzin bevatten, worden door mij gelijk in de prullenbak gegooid, wat zo af en toe voorkomt. Alleen op deze wijze lukt het mij om in het belang van alle levende wezens op aarde te schrijven, mijn abstracte hindoeïstisch geloof te belijden en kritisch te blijven over het menszijn.

    ***

    Go to previous Epage ... Go to next Epage
  • Go to Inhoudsopgave: 'Koran: verbieden of Herschrijven?'
  • WEBpublication BOOK WART0213 / EPAGE 15 of 125


    Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
    Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

    Kritisch Podium Dewanand

    Literair
    Alle rechten voorbehouden; All rights reserved
    Offercode: WART0213
    Copyright @ Dewanand 2006