| |
Home Podium Politiek
Religie Hindoeisme
Islam Suriname India
Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist
Gastenboek Links
Disclaimer Contact
Kritisch Podium Dewanand
Literair
WEBpublication EBOOK wart0201 / EPAGE 61 of 87
Uitstervende Nederlanders
SECTIE: 3.0. Heilige theorieen
3.11. Portret van een Hindoe Fundamentalist
Offeraar Dewanand
Offercode wart0201
Offerdatum 6 april 2005
Origineel geschreven op donderdag 13 november 1997
Go to Inhoudsopgave: Uitstervende Nederlanders.
Mein Kampf, deel 2
Iedereen krijgt een vervelende bijsmaak
bij het woord fundamentalist. Eens beschuldigde
een 'blanke' Nederlandse jongen van de Jovd mij van Hindoe fundamentalisme.
Zo zag hij mij en daarom mocht hij mij niet. Maar hij kende mij niet goed.
Zijn verwijt heeft mij sedertdien flink aan het denken gezet. Ben
ik nu echt een Hindoe fundamentalist, en zo ja, waarom wel, zo nee, waarom
niet? Deze vraag achtervolgt mij al enkele jaren. Nu heb ik het
gevoel dat ik het antwoord weet. Daarom schrijf ik dan nu dit artikel.
Het geeft een portret van een Hindoe fundamentalist. Als niet-deskundige
weet ik echter dat mijn visie niet perfect is, maar geen enkele menselijke
visie kan perfect zijn, omdat mensen toch beperkte en gebonden wezens
zijn, en 24 uur per dag onder de invloed van de drie guna's staan.
Het Hindoeïsme is echt de oudste religie ter wereld.
Momenteel is het duidelijk dat het ook een bloeiende is. Er verschijnen
iedere week nieuwe boeken over de oeroude en oneindige Vedische filosofie,
en de meeste schrijvers zijn intelligente 'blanke' Westerlingen, die een
beetje gelezen hebben in de Veda's. Dit soort ontwikkelingen zijn echt
ongelooflijk en kenmerken het begin van een nieuw tijdperk voor het Hindoeïsme.
Zelf ben ik vrij laat begonnen met het bestuderen van de Hindoeïstische
geschriften, maar het verrast mij dat het resultaat zeer positief is.
De duisternis uit mijn verleden heeft nu plaats gemaakt voor licht, goedheid
en innerlijke stabiliteit. Nu twijfel ik minder aan mijzelf, omdat ik
een geloof heb en daardoor sterker sta op de wereld. Vroeger leed ik aan
minderwaardigheidscomplexen, die nu gelukkig geminimaliseerd zijn.
Hindoe fundamentalisme is niets nieuws
op deze wereld, want deze religie bestaat al 10.000 jaar. Iemand
die zich strikt houdt aan Hindoeïstische leefprincipes kan inderdaad
beschouwd worden als een Hindoe fundamentalist. Maar de vraag rijst dan
aan welke principes hsij zich houdt en hoe zich dat in de dagelijkse praktijk
uit. Hieronder zal ik systematisch een beeld schetsen van mogelijke Hindoeïstische
leefprincipes. Daarna zal ik een analyse houden van typische beroepen
van een Hindoe fundamentalist. Zelfonderzoek is een van de basisprincipes
in het Hindoeïstisch denken. Filosofisch onderzoek is zelfs een plicht
van iedere gelovige Hindoefundamentalist.
Een principe in het Hindoeïsme is: "geen andere levende wezens
schade of leed berokkenen". Dat is slecht voor het eigen karma.
Het gaat om het ahimsa principe.
Hieronder enkele verzen uit het Srimad
Bhagavatum.
Srimad Bhagavatum,
vers 1.13.22
Je bent blind vanaf je geboorte en de laatste tijd ben je ook hardhorend
geworden. Je geheugen wordt zwak en je verstand is in de war. Je tanden
en kiezen zitten los, je lever werkt niet goed meer en je hoest slijm
op.
Srimad Bhagavatum, vers 1.13.23
Helaas, hoe hevig hoopt het levend wezen zijn bestaan te kunnen rekken.
Je lijkt waarachtig wel een huishond, die de voedselresten opeet die
Bhima je geeft.
Srimad Bhagavatum, vers 1.13.24
Het is nergens voor nodig een verworden bestaan te leiden en op de barmhartigheid
te teren van degenen die je door brandstichting en vergiftiging hebt
geprobeerd te doden. Ook heb je hun echtgenote onteerd en je van hun
koninkrijk en rijkdom meester gemaakt.
Srimad Bhagavatum, vers 1.7.37
Een wreed en ellendig persoon die zijn bestaan rekt ten koste van het
leven van anderen verdient het om voor zijn eigen bestwil gedood te
worden, anders gaat hij door zijn eigen daden te gronde.
Hieronder een vers uit de Bhagavad
Gita.
Bhagavad Gita, vers 2.5
Men kan in deze wereld beter leven als bedelaar dan ten koste van het
leven van de grote zielen die mijn leraren zijn. Ook al worden ze door
hebzucht gedreven, het blijven mijn leraren. Als ze gedood worden, is
onze zege bezoedeld met bloed.
Uit deze verzen blijkt duidelijk dat
leven ten koste van anderen ten strengste afgekeurd wordt door de geschriften.
Dit betekent dat een Hindoe fundamentalist nooit moet leven
ten koste van anderen, ook al wat er gebeurd. Het belang van de ander
moet dus centraal staan. Andere levende wezens schade berokkenen wordt
dus niet getolereerd. Het hele leven moet in het teken staan van het niet
doen van enig kwaad. Het eigen leven rekken ten koste van anderen is niet
goed en dient altijd vermeden te worden. Anderen in dit leven schade berokkenen
is zeer slecht voor het eigen karma. En men zal in dit leven nog de negatieve
gevolgen ervan aan den lijve ondervinden.
Het dienen van Altecrea (acroniem van
Almachtige of Allerhoogste Technische Creator") staat centraal in
het leven van een Hindoe fundamentalist. Dit kan op verschillende
manieren tot uiting komen. Dienen betekent vaak opoffering en afzien van
stoffelijke lusten. Ieder levend wezen dient op de een of andere wijze
een andere. Dit staat in de Bhagavad Gita. Een mens kan ernaar streven
om de hele schepping te dienen, door zich zodanig te ontwikkelen dat hsij
dat ook kan verwezenlijken. De eigen inzet staat daarbij centraal. Bij
dit dienen is geen enkele beloning genoeg, vooral als het stoffelijk is.
Het gaat om het offeren van het zelf, ten bate van de andere levende wezens
op aarde. Iemand die zo denkt, zal merken dat hsij heel andere oplossingen
ziet voor complexe problemen, en erin zal slagen om ieder doel te bereiken.
Het één voelen met de
hele schepping van Altecrea is ook een basiskenmerk van een Hindoe fundamentalist.
Via het eigen atma is ieder levend wezen verbonden met alle
andere vormen van leven. Dit dient beseft te worden. Er zijn dan geen
grenzen tussen het zelf en de ander. Eigenbelang kan dan gezien worden
als een pure illusie en kan gezien worden als maya en begoocheling. Het
besef dat ieder levend wezen een manifestatie is van een atma en leeft
met een specifiek doel is een wezenlijke stap in het één
voelen met de hele schepping. Altecrea schept steeds opnieuw en zal niet
rusten. Ieder leven is waardevol en dient altijd gerespecteerd te worden.
Dit zijn echte basisprincipes, die actief nageleefd dienen te worden.
Het eigen leven offeren aan Altecrea. Een slaaf
van de Allerhoogste zijn, en slechts kruimeltjes als beloning willen.
Altijd tevreden zijn met ieder resultaat, goed of slecht, omdat men niet
gehecht is aan het resultaat. Laat dingen zichzelf ontwikkelen, denk je
dan, terwijl je je werk doet. Het is Altecrea
zelf die jou leidt en die ervoor zal zorgen dat je leven zin zal krijgen
en dat jij het punt van ananda, eeuwige gelukzaligheid, zal bereiken.
Iemand die zichzelf offert aan Altecrea, leeft voor het welzijn
van de hele aardse wereld en weet dat het geen zin heeft om naar iets
te streven, dat gewaardeerd wordt door de wereld. Er moet gestreefd wordt
naar waarden die door Altecrea gewaardeerd worden. Een zuiver hart, een
rein geweten en een zuiver bewustzijn zijn zaken die hieronder vallen.
T.a.v. het offeren staat het volgende in de Bhagavad
Gita:
Bhagavad
Gita, vers 4.30
Al deze yogi's, die weten wat offeren betekent, worden verschoond van
de terugslagen van hun zonden en nadat ze de nectar hebben geproefd van
wat er van de offergaven overblijft, gaan ze binnen in de allerhoogste,
eeuwige sferen.
Bhagavad Gita, vers 4.31
O beste van de dynastie der Kuru's, wie niet offert kan nimmer gelukkig
zijn op deze planeet of in dit leven - laat staan in het volgende.
Bhagavad Gita, vers 4.32
Al deze verschillende vormen van offeren worden aanbevolen in de Veda's
en alle worden ze geboren uit verschillende vormen van werk. Weet je dit,
dan zul je worden verlost.
Bhagavad Gita, vers 4.33
O tuchtiger van de vijand, het offeren van kennis is hoger dan het offeren
van aardse goederen. O zoon van Partha, uiteindelijk stijgt het offeren
van werk ten top in bovenzinnelijke kennis.
Volgens deze verzen blijkt duidelijk
dat een mens alleen door te offeren gelukkig kan worden in dit tijdperk.
Maar tegenwoordig willen mensen alleen maar simpele offers brengen
aan de Allerhoogste en dan denken zij dat dat zo wel genoeg zal zijn.
Mensen letten heel sterk op de materiële prijs van een offer, maar
realiseren zich niet dat een stoffelijk offer lager staat in de ogen van
Altecrea. Iemand die kennis offert let niet op de materiële prijs,
omdat kennis onbetaalbaar is. Het offeren van werk is iets wat zeer moeilijk
is voor velen, omdat er dan vaak veel geld en tijd bij gemoeid zijn. Mensen
hebben tegenwoordig geen tijd meer en willen niet veel geld aan Altecrea
besteden. Een Hindoe fundamentalist moet dus goed weten wat offeren is
en wanneer het wel en niet zin heeft. Ieder
offer moet gedaan worden zonder er enige beloning in dit leven voor terug
te willen. Onbaatzuchtige handelingen, in de geaardheid goedheid,
kunnen ook gezien worden als zeer verheven offers, vooral als deze in
het belang van weerlozen, zoals baby's, zijn.
Vorig jaar had ik tijdens een mandirdienst kennis geofferd
in plaats van geld. Ik had een stuk papier op de offerschaal gelegd,
waarop een nieuwe psychologische theorie van mij opgeschreven was. Een
paar dagen later kreeg ik nieuw inzicht in deze theorie. Dit bewijst dat
het offeren van kennis hoger is dan het offeren van materiele goederen
of geld.
Een Hindoe fundamentalist moet een bepaald
beroep uitoefenen. Hsij moet namelijk werken. De Bhagavad Gita
zegt hierover het volgende:
Bhagavad
Gita, vers 3.8
Doe je voorgeschreven plicht, want werken is beter dan niets doen. Een
mens kan niet eens zijn lichaam onderhouden zonder te werken.
Bhagavad Gita, vers 3.9
Werk als offer aan Vishnu opgedragen, moet worden verricht, anders bindt
werk ons aan de stoffelijke wereld. Vervul daarom je voorgeschreven plicht
om Zijnentwil, O zoon van Kunti, en aldus zul je altijd onthecht en vrij
van gebondenheid blijven.
Het kiezen van een beroep kan echter moeilijk zijn. Een richtlijn hierbij
kan zijn dat andere levende wezens geen directe schade kunnen ondervinden
door de werkzaamheden.
Typische beroepen van een Hindoe fundamentalist
kunnen bijvoorbeeld zijn:
schrijver, filosoof, theoreticus, programmeur, belegger, ontwerper, technoloog,
designer, kledingmaker, bedelaar, milieudeskundige, analyticus, strategist,
ingenieur, rishi, onbaatzuchtig denker, systeemanalist, systeembeheerder,
financieel adviseur, marketmaker, historicus, socioloog, taalkundige,
archeoloog, laborant, enz.
Er zijn natuurlijk beroepen die een Hindoe fundamentalist op principiële
gronden nooit zal uitoefenen. Voorbeelden
van beroepen die absoluut taboe zijn:
houthakker, jager, slager, moordenaar, oplichter, drugsdealer, visser,
soldaat, militair, arts die abortus of euthanasie uitvoert, termijnhandelaar
in slachtvee, pluimveeteler, landbouwer, oogster van landbouwgewassen,
waarbij de gehele plant wordt gedood, enz.
Vanuit het oogpunt van onthechting zijn
de volgende beroepen niet aan te raden voor een Hindoe fundamentalist:
detailhandelaar, politicus, marktverkoper, valsspreker, competitief sporter,
reclame maker, uitbuiter, slavendrijver, slavenhandelaar, dierenhandelaar,
vrouwenhandelaar, enz.
Dit artikel is slechts een korte blik op het begrip Hindoe fundamentalisme.
Een basiskenmerk is absolute vreedzaamheid en onthouder van alle vormen
van geweld. Geen enkele handeling mag ten koste gaan van een ander levend
wezen. De lezer(es) wordt aangeraden er eens zelf over na te denken. Reacties
zijn van harte welkom.
Nu volgt een gedicht (offercode S143) over een echte Hindoe Fundamentalist.
***
"Een Hindoe Fundamentalist:"
Is iemand die leeft
En laat leven
Is
iemand die groeit
En laat groeien
Is
iemand die bloeit
En laat bloeien
Is
iemand die inspireert
En anderen kan inspireren
Is
iemand die dient
En anderen leert dienen
Is
iemand die boeit
En anderen leert boeien
Is
iemand die roeit
En anderen leert roeien
Is
iemand die geeft
En anderen leert geven
Is
iemand die eert
En leert om te eren
Is
iemand die werkt
En leert om te werken
Is
iemand met kennis
En die kennis weggeeft
Is
iemand die offert
En leert offeren
Heeft
een sterk geloof
Leert je waarlijk te geloven
***
Oneindige goedheid is een ander basiskenmerk van een Hindoe fundamentalist.
In de Bhagavad Gita staat hierover het volgende:
Bhagavad Gita, vers
14.5
De stoffelijke natuur bestaat uit de drie geaardheden - goedheid, hartstocht
en onwetendheid. Wanneer het onvergankelijk levend wezen met de natuur
in aanraking komt, raakt het door deze geaardheden geconditioneerd.
Bhagavad Gita, vers 14.6
O zondeloze, de geaardheid goedheid, die zuiverder is dan de beide ander,
verlicht het levend wezen en bevrijdt het van de terugslagen van zijn
zondig doen en laten. Degenen die zich in deze geaardheid bevinden ontwikkelen
kennis, maar raken gebonden door het geluksgevoel waarmee goedheid gepaard
gaat.
Bhagavad Gita, vers 14.9
De geaardheid goedheid bindt het levend wezen aan geluk, hartstocht
bindt het aan de vruchten van zijn doen en laten, en onwetendheid bindt
het aan waanzin, O zoon van Bharata.
Bhagavad Gita, vers 14.10
Nu eens heeft de geaardheid hartstocht de overhand en verdrijft de geaardheid
goedheid, O zoon van Bharata. Dan weer verdrijft de geaardheid goedheid
de hartstocht, en ook kan de geaardheid onwetendheid zowel goedheid
als hartstocht verdrijven. Zo is er altijd strijd om de heerschappij.
Bhagavad Gita, vers 14.11
Wanneer door alle poorten van het lichaam het licht der kennis binnendringt,
kan men ervan verzekerd zijn dat de geaardheid goedheid zich openbaart.
Bhagavad Gita, vers 14.14
Sterft men in de geaardheid goedheid, dan bereikt men de zuivere, hogere
planeten.
Bhagavad Gita, vers 14.16
Door te handelen in de geaardheid goedheid raakt men gelouterd. Werk
dat men doet in de geaardheid hartstocht leidt tot verdriet, en activiteiten
in de geaardheid onwetendheid leiden tot dwaasheid.
Bhagavad Gita, vers 14.17
Uit de geaardheid goedheid ontwikkelt zich werkelijke kennis; uit de
geaardheid hartstocht ontwikkelt zich verdriet; en uit de geaardheid
onwetendheid ontwikkelen zich dwaasheid, waanzin en begoocheling.
Bhagavad Gita, vers 17.8-10
Voedsel in de geaardheid goedheid verlengt de levensduur, loutert het
bestaan en schenkt kracht, gezondheid, geluk en voldoening. Dergelijk
voedzaam voedsel is zoet, sappig, vet en smakelijk. Voedsel dat te bitter,
te zuur, zout, scherp, droog en heet is wordt graag gegeten door mensen
in de geaardheid hartstocht. Dergelijk voedsel veroorzaakt pijn, verdriet
en ziekte. Voedsel dat langer dan drie uur gekookt is voordat het gegeten
wordt, dat smakeloos is, oudbakken, dat stinkt, uit elkaar valt en onrein
is, wordt graag gegeten door mensen in de geaardheid onwetendheid.
Bhagavad Gita, vers 17.11
Van alle offers is het offer dat plichtsgetrouw en volgens schriftuurlijke
bepalingen gebracht wordt, zonder dat men er beloning voor verwacht,
in de geaardheid goedheid.
Bhagavad Gita, vers 17.20
Die gave welke gegeven wordt uit plicht, te juister tijd en plaats,
aan iemand die het waard is, zonder dat men er iets voor terug verwacht,
wordt beschouwd als barmhartigheid in de geaardheid goedheid.
Bhagavad Gita, vers 18.26
De handelende persoon die vrij is van alle stoffelijke gebondenheid
en vals ego, die geestdriftig en vastberaden is en onverschillig staat
tegenover slagen of falen, werkt in de geaardheid goedheid.
Bhagavad Gita, vers 18.36-37
O beste der Bharata's, wil nu luisteren naar wat Ik je te zeggen heb
over de drie vormen van geluk die de gebonden ziel geniet en waardoor
ze soms de beëindiging van alle verdriet bereikt. Wat in het begin
vergift schijnt te zijn, maar aan het eind nectar, en ons tot zelfverwerkelijking
brengt, wordt geluk in de geaardheid goedheid genoemd.
Uit tekst uitleg.
Srimad-Bhagavatam (Bhag. 1,2: 17-21):
"Over Krishna horen uit de Vedische geschriften of rechtstreeks
van Hem horen door de Bhagavad-Gita is op zichzelf rechtvaardige activiteit.
En voor degeen die over Krishna hoort, handel Heer Krishna, die woont
in ieders hart, als vriend die ons het beste wenst, en reinigt de toegewijde
die zich voortdurend bezighoudt met luisteren. Op deze wijze wekt de
toegewijde vanzelf zijn sluimerende bovenzinnelijke kennis. Naarmate
hij uit het Bhagavatam en van de toegewijden meer over Krishna hoort,
raakt hij steeds meer veranderd in 's Heren toegewijde dienst. Tijdens
de ontwikkeling van zijn toegewijde dienst wordt men bevrijd van de
geaardheden hartstocht en onwetendheid, en zo worden stoffelijke lust
en hebzucht verminderd. Wanneer deze onzuiverheden worden uitgewist,
bevindt de kandidaat zich evenwichtig in de positie van zuivere goedheid,
raakt geestdriftig door toegewijde dienst en krijgt een volmaakt begrip
van de wetenschap Gods. Zo klieft bhakti-yoga de harde knoop van onze
stoffelijke gehechtheid en stelt ons in staat ineens tot het peil te
komen van asamsayam samgram, het begrijpen van de Allerhoogste Absolute
Waarheid, de Persoonlijkheid Gods."
Deze verzen over goedheid vertellen heel veel. Er
staat in de Bhagavad Gita veel meer over de geaardheid goedheid. Een Hindoe
fundamentalist dient ernaar te streven om continu onder invloed van deze
guna te staan.
***
Go to Inhoudsopgave: Uitstervende Nederlanders.
Mein Kampf, deel 2
WEBpublication EBOOK wart0201 / EPAGE 61 of 87
Home Podium Politiek
Religie Hindoeisme
Islam Suriname India
Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist
Gastenboek Links
Disclaimer Contact
Kritisch Podium Dewanand
Literair
Alle rechten voorbehouden; All rights reserved
Offercode: wart0201
Copyright @ Dewanand 2005
|
|