| |
Home Podium Politiek
Religie Hindoeisme
Islam Suriname India
Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist
Gastenboek Links
Disclaimer Contact
Kritisch Podium Dewanand
Literair
WEBpublication EBOOK wart0201 / EPAGE 58 of 87
Uitstervende Nederlanders
SECTIE: 3.0. Heilige theorieen
3.8. Rampen als voorspoed
Offeraar Dewanand
Offercode wart0201
Offerdatum 6 april 2005
Geschreven voor deelname aan Cimedart essaywedstrijd in 1998.
Go to Inhoudsopgave: Uitstervende Nederlanders.
Mein Kampf, deel 2
"Hallo, hoe gaat het met jou".
Dit zijn vaak de eerste woorden tijdens het weerzien
van twee menselijke wezens. Het antwoord op deze vraag is meestal zakelijk,
en luidt over het algemeen alsvolgt: "Goed, en met jou". Er
wordt over en weer dus geïnformeerd naar de dagelijkse gang van zaken,
want men wil graag de stand van de levensbarometer weten. De wijzer ervan
kan op zeer goed, goed, redelijk, slecht of zeer slecht staan. Over het
algemeen is het sociaal niet geaccepteerd om eerlijk te vertellen hoe
het gaat, want er is bij iedereen weleens wat mis. Een
kleine of grote ramp overkomt elk gezond mens regelmatig. Mensen
zijn in het algemeen gesteld op goed nieuws. Iemand die bijvoorbeeld altijd
hsijn problemen rondbazuint, hoeft echt niet te rekenen op enthousiaste
reacties van anderen, want mensen zijn geneigd om probleemfiguren te vermijden
en zoveel mogelijk te ontwijken. Veel mensen in nood ervaren dat opeens
alle vrienden en liefste vriendinnen, geen tijd meer hebben of gewoon
geen contact meer willen. "Zoek het
maar uit", zegt men zonder woorden, waardoor de ramp emotioneel
wordt versterkt en het slachtoffer sterk het gevoel krijgt dat hsij alleen
ervoor staat en het helemaal alleen moet oplossen. Het wordt dan een kwestie
van je ramp overleven of sterven. Hierbij ontstaat de vraag of een ramp
gezien kan worden als goed of als slecht. Is een ramp voorspoed of is
het tegenspoed? Moet een intelligent mens blij zijn dat hsij een ramp
over de nek heeft gekregen en door een diep dal vol ellende moet kruipen
om het te kunnen overleven?
Een ramp kan alsvolgt gedefinieerd
worden: een aantoonbare gebeurtenis die het voortbestaan in gevaar brengt
of kan beëindigen. De middelen van bestaan kunnen bijvoorbeeld
sterk gereduceerd worden, waardoor de overlevingskans verminderd is. Of
de leefomgeving is beschadigd, zodat een hele soort uitsterft.
Stel dat er geen rampen bestonden. De ergste ramp
die een mens kan overkomen is de dood. Er bestaat een sprookje over een
land waar de mensen niet dood konden gaan. Iedereen in dit land is gezond,
intelligent, ontwikkeld en leeft vrij. Het
ironische van dit sprookje is dat in dat land de zelfmoordpil het meest
gebruikt werd, omdat velen ongelukkig waren en dood wilden gaan, maar
dat niet konden. Hoe is deze situatie te verklaren? Misschien verlangt
de mens toch naar de ergste ramp ter wereld, de dood, of zit het anders.
Leven en doodgaan zijn twee extreme tegenpolen. Net als goed en slecht,
positief en negatief, hoog en laag, enz. Het zijn feitelijk binaire existentieniveaus
van het menselijk bewustzijn. Een menselijk wezen heeft een zekere intelligentie
in zich en kan daardoor de buitenwereld en zichzelf binair analyseren.
Uit deze analyse volgt dan een conclusie, die weer op binaire wijze wordt
geanalyseerd en geïnterpreteerd. Doodgaan wordt meestal als levensbedreigend,
en negatief ervaren en doorleven als positief. In het land waar niemand
meer dood kan gaan, bedreigt de dood de mens niet meer, waardoor doodgaan
niet meer negatief wordt ervaren, na de binaire analyse ervan. Het doodgaan
wordt met positiviteit geassocieerd, en verder leven met negativiteit.
Het lijkt er in zekere zin op dat
mensen wel behoefte hebben aan rampen, omdat zij binair kunnen denken.
Als het altijd goed zou gaan, zou het op den duur toch slecht
gaan. Kan daarom een ramp als voorspoed worden gezien? Zou iemand die
morgen levend verbrand wordt of op de elektrische stoel wordt geëxecuteerd,
je lachend en hoopvol vertellen dat het uitstekend gaat en dat hsij nog
nooit zo gelukkig is geweest? Iemand uit het land van het eerdergenoemd
sprookje zou wel zo reageren. Dit illustreert duidelijk dat de interne
referentie van het bewustzijn alles bepaalt bij het beoordelen van catastrofes.
In de natuur zijn catastrofes heel normaal. Denk
maar aan een vulkaanuitbarsting, waarbij vele miljoenen dieren, bomen
en andere planten compleet worden vernietigd. Of een tyfoon die het leven
in een groot gebied verwoest. Of aan de krokodil die een jong hertejong
meedogenloos vermoord en opeet. Ondanks al deze rampen bestaat de natuur
voort. Een dier of plant gaat anders om met rampen dan een mens. Dit is
iets wat waarschijnlijk veroorzaakt wordt door de met intelligentie behepte
mens. Wat zou de mensheid doen als er
over tien jaar een grote asteroïde op aarde zou ploffen en 99 procent
van het leven zou uitroeien? De hele mensheid zou zich massaal
bundelen en er alles aan doen om dit te voorkomen. Vele honderden miljoenen
zouden besteed worden aan het internationaal reddingsproject om de dood
van de hele mensheid te voorkomen. Maar de dieren en planten zouden zich
nergens van bewust zijn en zich dan ook nergens om druk maken, totdat
zij allen weggevaagd zijn. De mens probeert altijd om een naderende ramp
te ontwijken, te voorkomen of in hsijn voordeel te benutten. Voortbestaan
is iets wat zeker centraal staat in het leven. Alle gebeurtenissen die
het voortbestaan kunnen beëindigen ziet de intelligente mens als
een kleine of grote ramp.
Kan een ramp het leven ten nut zijn? Beschouw
eens enkele echte catastrofes. In de Tweede Wereldoorlog zijn er bijvoorbeeld
zes miljoen Joden uitgeroeid door de fanatieke aanhangers van wijlen Adolf
Hitler. De Joden stonden destijds echt op het punt om totaal uitgeroeid
te worden, maar werden op het laatste nippertje gered door de geallieerden.
Deze redding had vele gevolgen. Zo kregen zij een eigen staat, na tweeduizend
jaar als ontheemden te hebben geleefd in Europa. Zij deden er vervolgens
alles aan om hun toekomst op te bouwen en hun voortbestaan veilig te stellen.
Intensieve samenwerking, totale
mobilisatie, een versterkt identiteitsgevoel en een nieuwe overlevingsstrategie
waren het motto van de Joden die de concentratiekampen van Hitler hadden
geproefd. De Hitler-ramp heeft de Joden totaal veranderd.
Na de oorlog was het zelfbewustzijn van hen ontzettend versterkt
en zij begonnen op een respectabele wijze een nieuwe staat op te bouwen.
Heden ten dage hebben de Joden weer hoop en weten dat zij wel iets waard
zijn. De Joodse taal, cultuur en traditie bloeien als nooit tevoren. Zij
leven voort en zijn overwegend optimistisch gestemd. Was
de Hitler-ramp dan toch goed voor de Joden? Was deze ramp feitelijk
hun voorspoed. Er zijn theorieën dat Hitler feitelijk alles voorzien
had en de Joden het beste toewenste. Daarom besloot hij om een deel van
de Joden uit te roeien, zodat de Joodse eenheid versterkt zou worden.
Als dit waar is dan was Hitler geen jodenhater, maar wilde hij de Joden
juist helpen om te overleven. De diaspora heeft vele gezichten.
Een ramp kan nuttige gevolgen hebben. Na de ramp
zijn de zwakke kanten versterkt of vernietigd. De
sterke kanten zijn nog sterker geworden, waardoor het voortbestaan is
bevorderd. Dit is de feitelijke invloed van een ramp op een levend
wezen. Vorig jaar had ik bijvoorbeeld een interessant gesprek met een
'blanke' Nederlandse jongen van 22. Hij was opgegroeid zonder problemen,
in welvaart en had nooit een tegenslag ervaren. Dus keek hij naar mij
en zei: "Ik heb niets gemist in het leven". Ik legde hem uit
dat hij ongelijk had. Dat verbaasde hem. "Jij
hebt armoede en ellende gemist", legde ik hem uit, waarop hij mij
gelijk gaf. Hij zat behoorlijk rood bij de bank, maar wist niet
hoe hij dat kon voorkomen, omdat hij gewend was aan een luxueus en duur
leventje. Als hij eerder armoede had gekend was alles heel anders gegaan
in zijn leven. Een ramp kan het leven van een mens verrijken en hsijn
ontwikkeling versterken. Na iedere overlevingsstrijd wordt de overlevingskracht
versterkt, zodat het voortbestaan nog zekerder wordt. Juist hierom mag
een mens met veel problemen en ellende heel blij zijn. Hsij is gewoon
een gezegend wezen, dat steeds sterker zal worden, en op het eind misschien
over bovenmenselijke capaciteiten kan beschikken.
Een ramp bestaat uit drie fasen,
namelijk:
1. De fase ervoor.
2. De fase dat de ramp zich voltrekt.
3. De fase dat de ramp voorbij is.
Voor een ramp kan het leven heel mooi en onbezorgd zijn, want men is
zich van geen kwaad bewust. Alles loopt op rolletjes en er zijn waarschijnlijk
geen problemen, die de nachtrust verstoren. Dan keert het tij.
De beste rampen komen als donderslagen
bij heldere hemel. Zo opeens op een stralende dag ontstaat er
een probleem, dat een tijdperk van problemen en ellende aankondigt.
Tijdens dit voltrekken hoeft een mens zich van geen kwaad bewust te
zijn. Iemand wiens arm wordt weggerukt, voelt op het moment dat het
gebeurt niets, omdat er een verdovende stof wordt aangemaakt in de hersenen.
De daadwerkelijke uitvoeringsfase van een ramp is meestal heel kort.
Een goede ramp geschiedt in enkele milliseconden en laat een bloedig
spoor van pijn, verdriet, ontgoocheling en verbijstering achter.
"Waarom moest dit mij nu overkomen",
is een veel gehoorde uitlating na de uitvoeringsfase
van een ramp. De mens is totaal verbijsterd en ontzet als er
een levensbedreigende gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Hsij reageert
nooit met de woorden: "Heerlijk
zo'n ramp, nu de volgende." Nee, de mens bedriegt zichzelf
door te zeggen: "Het is voorbij, nu zal de zon weer voor eeuwig
schijnen". Maar de zon schijn nooit eeuwig. Het lijkt alsof mensen
hun intelligentie helemaal niet gebruiken, doordat zij zich niet realiseren
dat er altijd een statistische kans bestaat dat het eens goed mis kan
gaan.
Meestal is er tijdens een ramp geen tijd om goed na te
denken en wordt er impulsief en reflexmatig gehandeld. De mens
wordt eventjes met hsijn rug tegen de muur gezet, waarna ettelijke kogels
worden afgevuurd, die elk leiden tot een traumatisch gevoel. Pas als de
rook is weggewaaid begint hsij het slagveld te bekijken en wordt alles
geregistreerd en binair geanalyseerd. Meestal is de allereerste conclusie
dat er een groot probleem is ontstaan en dat het puin nu geruimd moet
worden. Er kan dan een tijdperk van extreem pessimisme ontstaan. Men weet
niet meer hoe verder te gaan. Alles is zwart en duister. Het
liefste goed kan vernietigd zijn, waardoor er geleden wordt. Is
de destructie die wordt waargenomen goed of slecht? Deze vraag wordt zelden
gesteld, want men ziet het altijd als slecht. De reële verwoesting
leidt tot extreem lijden. De schade is soms niet geheel te overzien, waardoor
er speculatieve schade ontstaat, doordat er grenzeloos gefantaseerd wordt
over de destructie. Zo dachten veel Joden
na de bevrijding dat zij geheel uitgeroeid waren. Dit gefantaseer
kan tot creatieve oplossingen leiden, zoals zelfmoord of apathie. Het
grenzeloos lijden kan echter een verlangen doen ontstaan naar grenzeloos
genot. Lijden en genot zijn namelijk binaire tegenpolen en creëren
een bepaald bewustzijnsniveau. Iemand die hsijn hele leven alleen geleden
heeft en alleen haat, pijn, honger, kou en isolatie kent, zal iets als
liefde heel anders beleven, dan iemand die alleen warmte en voorspoed
heeft gekend. De ontberingen, kunnen ertoe leiden dat er waardering en
eerbied ontstaat voor kleine alledaagse zaken, zoals simpel voedsel, een
spaarsaldo van een tientje of een eigen sociale kring. Dit illustreert
dat lijden een mens laat vooruitgaan, en dat het feitelijk als voorspoed
kan worden gezien. Toch wil niemand dit zo zien, want de normale mens
wil alleen genieten en doet er alles aan om dit genot voort te zetten.
Feitelijk bestaat het leven uit een natuurlijke afwisseling van lijden
en genot, hoewel niemand dit zo aanschouwt.
Een ramp luidt een tijdperk in van extreem
pessimisme en soms zelfs oneindig lijden.
Door het binaire karakter van het menselijk bewustzijn is er een soort
behoefte aan evenwicht, waardoor pessimisme vrijwel altijd moet worden
gecompenseerd met optimisme. Dit impliceert direct dat een tijdperk van
extreem pessimisme een verlangen en onweerstaanbare behoefte schept naar
extreem optimisme. Extreem lijden schept dus de kiem van extreem genot.
Als dit waar is, dan kan gesteld worden dat er zonder
lijden geen genot kan bestaan, en dat er zonder
rampen geen voorspoed kan ontstaan, als er binair wordt geanalyseerd.
Waar leidt dit allemaal toe?
Adolf Hitler heeft in zijn jeugd extreem geleden en zat
met een seksueel probleem. Door dit alles ontstond er een behoefte
bij hem om eens rijk, oppermachtig en supermannelijk te worden, dus om
eens extreem te kunnen genieten. En dat lukte hem ook, tenminste dat mag
verondersteld worden. Een ander voorbeeld
is Bill Gates. Hij had op een dag niet eens genoeg geld om een
droog broodje te kopen, en was dus extreem arm. Hij verlangde naar extreme
rijkdom en besloot om dat na te streven en ook daadwerkelijk te verwezenlijken;
nu is hij de rijkste man van de wereld. Echt ongelooflijk om te zien hoe
een ramp kan leiden tot extreme voorspoed. Mensen zullen helaas nooit
een ramp met voorspoed associëren, want dat druist tegen hun natuurlijke
binaire programmering in. Een mens denkt in termen van positief en negatief,
waardoor het heel belangrijk is om onderscheid te kunnen maken tussen
goed en kwaad. Normaliter is een ramp gewoon slecht, en is voorspoed altijd
goed, maar welke ramp goed is wordt geheel bepaald door het existentieniveau
van het bewustzijn, dat namelijk een referentiekader bevat en alles onderling
relativeert. Dit relativeren is heel belangrijk, want juist daardoor kan
extreem lijden gecompenseerd worden met extreem genot.
Uit het voorgaande kan op een bepaalde manier gezegd
worden worden dat pessimisme de kiem voor optimisme
is. Beide binaire polen hebben elkaar nodig. Toch zal vrijwel niemand
die geniet behoefte hebben aan lijden. Maar iemand die lijdt heeft wel
behoefte aan genot. Dit is heel vreemd en kan kennelijk verklaard worden
door de primitieve biologische programmering van de mens, want lijden
is in het algemeen nadelig voor het voortbestaan. Hierbij denk ik bijvoorbeeld
aan een jonge student die mij uitlegde dat een snee in zijn vinger zijn
leven met enkele dagen verkortte. De doorsnee mens ziet lijden dus als
nadelig en zelfs slecht. Hoe slecht is lijden, is een vraag die je niet
aan een mens moet vragen, want iedereen wil genieten. Genot
heeft een levensverlengende invloed. Iemand die bijvoorbeeld vanaf
hsijn jeugd alleen maar haat en sociale verstoting kent, en daardoor op
het punt staat om zelfmoord te plegen, zal ontzettend genieten van een
beetje menselijke warmte en daardoor weer zin krijgen in het leven.
Rampen zijn op een bepaalde manier essentieel voor
het menselijk bestaan en zelfs haar voortbestaan. Juist
door de tegenspoed die een ramp teweeg kan brengen, ontstaat er een
besef dat er ook voorspoed en genot bestaat, en dat dat nagestreefd
moet worden, om het eigen voortbestaan te verzekeren. Geen enkel
mens waardeert een ramp tegenwoordig, hetgeen waarschijnlijk veroorzaakt
wordt door het ingebakken streven van een levend wezen om alleen te
willen voortbestaan. De mens is zich van dit streven binair bewust en
probeert daarom actief voort te bestaan, desnoods op een meedogenloze
wijze en ten koste van anderen. Ondanks
hsijn intelligentie zal de mens een ramp nooit als voorspoed zien.
Dit kan als eindconclusie gezien worden van deze binaire analyse van
het menselijk bewustzijnsniveau.
***
Go to Inhoudsopgave: Uitstervende Nederlanders.
Mein Kampf, deel 2
WEBpublication EBOOK wart0201 / EPAGE 58 of 87
Home Podium Politiek
Religie Hindoeisme
Islam Suriname India
Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist
Gastenboek Links
Disclaimer Contact
Kritisch Podium Dewanand
Literair
Alle rechten voorbehouden; All rights reserved
Offercode: wart0201
Copyright @ Dewanand 2005
|
|