Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

Kritisch Podium Dewanand

Literair

WEBpublication BOOK WART0159 / EPAGE 38 of 58

Eerbetoon aan profeet Hans Janmaat
Een persoonlijke impressie

3. Level 3: Janmaat is dood. Hoe verder?

3.13. Sprookje: deel 1, "Mumba, de zwarte engel"

Offeraar       Dewanand
Offercode      WART0159
Offerdatum     16 juni 2006
Offerlokatie   Rotterdam, PI Noordsingel, cel CS16 

Go to previous Epage ... Go to next Epage
  • Go to Inhoudsopgave: Eerbetoon aan profeet Hans Janmaat
  • Een vermoeide hartspier weigerde zich nog één keer te spannen. Met een schok besefte hij dat dit de laatste dag was en een heel lichaam verstijfde binnen enkele minuten. Het leven verliet dit overbodig stukje stof onmiddellijk, om aan een lange reis door het universum te beginnen.

    Verbaasd keek Janmaat naar zijn handen. Wat nu gebeurde was niet normaal. Het leek alsof hij geen lichaam meer had. Alles voelde zo licht en hij merkte dat de zon dwars door het dak van het ziekenhuis scheen. Was dit een droom of was hij nu echt dood? Iets trok hem opeens omlaag. Verschrikt keek hij naar de grond en zag hoe het openscheurde en hem naar binnen zoog. Dit begreep hij totaal niet, want de hemel was toch boven. Janmaat voelde de kilte van de aarde om zich heen. Nu viel hij in een eindeloze put en was al diep onder de aardse bodem. Het leek alsof een tunnel van gloeiend vuur om hem heen cirkelde. De tijd scheen niet meer te bestaan.

    Nu viel hij wat langzamer en zag een vreselijke wereld om zich heen. Overal om hem heen, in deze onderaardse wereld zag hij stukgebeten lijken van honderden mensen. Een vieze hond met drie afschrikwekkende koppen gromde naar hem. Het beest zat vol luizen en uit een van de bekken kropen zwart-witte wormpjes. Achter de hond zag Janmaat een borrelende rivier met een bruingelige kleur. Het stonk vreselijk in dit onderaardse hol. In de vloeibare drabbige massa van de rivier zag hij tientallen afgebroken armen en benen van de lijken aan de oevers. Gruwelijke draakachtige beestjes peuzelden deze menselijke restjes één voor één op. Dit had hij nooit eerder gezien of gedroomd. Het leek op Hades zelf. Was dit zijn lot? Had hij zo slecht geleefd om nu levenslang gedumpt te worden in deze Griekse hel onder de aarde? Janmaat besefte dat het te laat was om tot Jezus te bidden, want die was nu te ver weg en hij was verdoemd om eeuwig te lijden.

    Angst overviel hem nu, want de vieze driekoppige hond wilde hem bijten in zijn rechterbeen. Er dreef een klein oud bootje op de onderaardse riool en het voer in zijn richting. Aan de overkant van de lijkensloot zag hij hoe beulen een heleboel hoofden afhakten met guillotines en bijlen. Daarna duwden zij elk afgehakt hoofd terug in een lichaam en sloegen het opnieuw eraf, terwijl er alleen geschreeuwd en gevloekt werd door de mond eraan. Alle beulen waren blanke mannen met lange hoektanden, een geschubde huid en met twee gekromde horens op hun hoofden. Sommige lijken werden in een groot vuur gegooid en lagen dan hevig te kronkelen erin, terwijl zij langzaam verast werden. Het geschreeuw en gejammer maakte Janmaat nu wel doodsbang.

    De hondebek met de wormen erin had nu zijn rechterbeen gebeten en het beest trok er verwoed aan. Bloed spoot uit de opengereten ader en hij viel achterover op de grond. Het hondse monster deed even enkele stappen achteruit en sprong toen opeens op zijn bovenlichaam. Tegen drie koppen kon hij niets beginnen. Dit was het begin van het einde voor hem.

    Dikke tranen rolden over het verkrampte gezicht van Janmaat. Dit was zijn straf voor het oprichten van de Centrum Democraten. Nu was hij verdoemd om eeuwig te lijden in deze onderaardse hel. De hele wereld zou hem nu verachten, bespuwen, bespotten en vooral voor eeuwig martelen, elke dag opnieuw. "Jezus, kom in mijn hart, vergeef mij", schreeuwde Janmaat, terwijl het monsterlijke beest dreigend gromde in zijn oren en zes gloeiende en hatelijke, groengele ogen hem aankeken, gereed om zijn lijk in honderden stukjes te verscheuren en te voeren aan de kleine rioolmonsters en de gruwelijke lintwormen in dit hol des doods.

    Iets veranderde in een flits. De driekoppige hond keek snel naar boven en bleef stil en stijf staan. Daarna rende het beest hevig jankend met alle drie bekken weg. Alle lintwormen kropen de aarde in en Janmaat voelde nergens pijn meer. De angst in zijn hoofd was opeens verdwenen. Opeens kolkte een fel verlichtte lichtmassa om hem heen en hij voelde hoe hij losraakte van de bodem. Er stond nu een lichtend wezen voor hem met grote vleugels van witte veren en een pikzwart gezicht en mooie, grote, gitzwarte ogen, die hem lieflijk aankeken.

    Nu voelde hij zich veel beter. Het zwarte wezen pakte zijn hand en zij zweefden samen een tunnel van wit licht binnen. Janmaat was verrast en vroeg: "Wie ben jij?" Het gevleugelde wezen glimlachte tegen hem en zei: "Ik ben Mumba, de zwarte engel uit het Nederlands paradijs. Ik moet jou daarnaartoe brengen." Dit vertrouwde Janmaat helemaal niet. Wist zij wel wie hij was? De zwarte engel lachte opeens, want zij hoorde al zijn gedachten en vertelde: "je zonden zijn nu vergeven, want je gaf de Afrikaantjes in je tuin wel water".

    De reis door de lange lichttunnel duurde niet lang. Hij kletste nog wat met Mumba, terwijl zij samen door de ruimte vlogen, met een heel hoge snelheid. Nog nooit had hij zich zo goed gevoeld. Dit was echt een wonder en Mumba was zo lief voor hem. Hij was gered uit de hel van Hades.

    De reis eindigde in een bebost gebied langs de oever van een hele grote rivier, met schoon helder water. Met een mooie, witte boot voeren zij over de rivier en meerden aan bij een klein dorp. Terwijl Janmaat en Mumba het dorp binnen liepen, werd er gezongen en er werden bloemen over hen heen gestrooid. Mumba vertelde hem: "Je bent nu in het Nederlandse paradijs voor de zwarte engelen." Terwijl Janmaat om zich heen keek, viel iets hem op. Er waren alleen vrouwen in dit paradijselijke dorp en allemaal waren zwart. Hij was de enige man in de massa en dit vond hij niet normaal. Wat moest hij hier doen? De vrouwen zagen er best verleidelijk uit, maar hij had nog nooit de smaak van wilde, zwarte vruchten geproefd. Hoe zouden zij smaken? Hij bekeek eens alles wat beter. Er waren ongeveer dertig hutten om hem heen. Alles was van hout en bladeren gemaakt. Elk dak was bedekt met palmbladeren, precies zoals in een doorsnee dorp op het Afrikaanse platteland. Dit alles had hij eens op een oude foto gezien. Er groeiden hier wel heel mooie bloemen in alle kleuren om elke hut. Sommige hutten waren versierd met felgekleurde bloemenkransen. Er stonden tekens op in een schrift die hem onbekend was, maar het leek op iets uit India. De lucht rook zuiver en was niet vervuild met allerlei stedelijke uitlaatgassen van auto's. In dit dorp was er geen auto of fiets te zien. Hier en daar liepen wat glanzende koeien rond. Een van de vrouwen was bezig eentje te melken.

    Het hele dorp was omringd door hele hoge bomen. Dit was echt ongelooflijk. Deze bomen waren frisgroen van kleur met hele dikke stammen en honderden takken. Alles zag er zo zuiver uit. Zulke bomen groeiden niet op aarde. Dit waren echt de machtige planten van het paradijs. Hij keek nog beter naar de takken en zag dat er duizenden groengele vruchten aan hingen. Onder een van de bomen liep een vrouw met een mand rond om de gevallen rijpe vruchten te verzamelen voor het middagmaal. De hele sfeer hier was harmonieus en natuurlijk. Hier kon men echt genieten van het leven en gewoon gelukkig zijn. Waren zijn rechtse zonden nu echt totaal vergeven? Onvoorstelbaar.

    Alle vrouwen zongen constant in een taal die hij totaal niet verstond. Een paar sloegen met de handen op platte trommen, die aan een touw om hun nek hingen. De groep achter hem hield bamboefluitjes vast en floot er aan een stuk door op. Het hele dorp vierde feest omdat hij was gekomen. Samen met Mumba naast hem en de andere vrouwen eromheen liep Janmaat naar het centrum van het kleine dorp. Daar zag hij de grootste hut. Het was heel mooi geverfd en versierd met duizenden bloemen. Hij keek eens goed om zich heen en schatte dat er zeker honderd zwarte vrouwen in dit miniparadijsje leefden. De meesten zagen eruit als echte Afrikaanse dorpsvrouwen met kroes haar en dikke, zwarte lippen. Zij hadden een pikzwarte huidskleur en liepen halfnaakt rond. Hij zag een klein groepje typisch Indiase vrouwen met lang, zwart haar en totaal gehuld in felgekleurde sari's van katoen. Zij droegen felgele gouden juwelen en hadden allemaal een rode stip (tikka) op hun voorhoofd. Hij keek eens achterom en zag een tiental zuiver Chinese plattelands vrouwen, die heel onderdanig naar hem keken, met hen zwarte spleetogen en eerbiedig op de grond gingen zitten om respect te tonen voor hun superieure blanke meester.

    Samen met Mumba ging Janmaat de grote, ronde hut in. Tien negervrouwen liepen ook mee naar binnen. Mumba zei toen tegen hem: "Neem nu maar een bad. Ik moet nu weggaan. Geniet van het leven in dit Nederlandse paradijs. Spreek mijn naam drie keer uit als je mij nodig hebt, dan verschijn ik onmiddellijk. Alle honderd zwarte vrouwen zijn maagden, die jou eeuwig zullen dienen en verzorgen, als een blanke goddelijke meester. Geniet van ze elke nacht." Ze lachte en vloog dwars door het dak van de hut naar de leegte van de blauwe lucht.

    Het was nu even stil in de grote hut. Janmaat dacht even na. "Wat nu?" Een van de vrouwen liep naar hem toe met een baddoek in de hand en wenkte hem om haar te volgen. Zij liepen samen naar een hoek van de hut. Er was daar een grote bak met warm, stromend water. Drie vrouwen begonnen hem langzaam uit te kleden en leidden hem daarna het warme, geurige water in. Zijn hele lichaam werd grondig gewassen en geschrobd met natuurlijke sponzen, door de drie zwijgzame negervrouwen. Dit was de eerste keer dat hij zo verzorgd werd door vrouwen en hij vond het best aangenaam.

    Na het bad, droogden de vrouwen hem met grote katoenen doeken af. Er werden nieuwe kleren gebracht, met felgekleurde bloemen erop geborduurd. Alles was precies op maat gemaakt en zat heel lekker. Er werd vervolgens een zachte goudgele mantel gebracht, die hij mocht dragen om lekker warm te blijven. Nu werd Janmaat geleid naar een ligbank in het midden van de hut en mocht plaatsnemen.

    Terwijl hij lui op de ligbank lag te doezelen, klonk buiten het geschal van een trompet. Wat nu weer, dacht Janmaat bij zichzelf. Hij had nu even de kans om alleen te zijn en wat rust te krijgen. De grote deuren van de hut gingen open en een van de zwarte vrouwen liep naar binnen met iets in haar handen. Zij liep naar hem toe en bleef op twee meter afstand even stilstaan en hurkte daarna neer om het hoofd tot de grond neer te buigen, met neergeslagen ogen en een onderdanige blik in haar gezicht. Daarna stond zij snel op en legde een lekkernij van haarzelf voor Janmaat neer in een van de grote lege schalen op de tafel naast de ligbank. Na dit rituele eerbetoon liep zij snel de hut uit, zonder stiekem om te kijken. Onmiddellijk daarna stapte een tweede vrouw binnen om hetzelfde te doen en dit ging net zolang door tot alle honderd een beurt hadden gekregen om hen nieuwe heerser welkom te heten en hem eer te betonen in dit Nederlands paradijsje.

    De laatste vrouw die neerknielde, als eerbetoon, liep niet de hut uit. Nu waren alle twee grote schalen gevuld met allerlei exotische hapjes uit alle windstreken van de wereld en het feestmaal van de eerste dag in dit Nederlandse paradijs kon beginnen. Er vlogen tien vogels de hut binnen en zij streken neer op de takken van het plafond. Vervolgens begonnen zij te zingen en te fluiten, zoals alleen paradijselijke vogels kunnen. De vrouw in de hut begon hem elk hapje een voor een te voeren. Janmaat wist totaal niet wat hij allemaal at, maar elk gerecht smaakte uitstekend en tot zijn grote verbazing lukte het hem om in zijn eentje alle twee schalen leeg te eten. Hij at dus precies honderd lekkernijen die dag en wist daarna van elke zwarte maagd in dit paradijselijke dorp de naam, de exacte leeftijd en het bijbehorende gezicht en lichaam, want deze kennis had elke vrouw in haar persoonlijk geschenk aan haar meester gecodeerd opgeslagen, als een geheime, eetbare boodschap.

    Na alle lekkernijen besloot Janmaat om eens lekker te gaan slapen op het luxueuze hemelbed, achterin de hut. Zorgeloos viel hij als een marmot in slaap en droomde de hele namiddag over elk van de honderd zwarte engelen in dit hemels oord. In deze droom verschenen zij een voor een voor zijn bed en vertelden elk hen hele persoonlijke levensverhaal aan hem. Sommige vrouwen hadden een heel tragisch leven geleid op aarde en waren daardoor uitgekozen door Mumba om eeuwig in dit Nederlandse paradijs te vertoeven, na het verlaten van hun stoffelijk lichaam. Elk verhaal was uniek en alles vertelden zij eerlijk en openlijk. Elke vrouw had feitelijk veel geleden en toch volgehouden. Dankzij dit doorzettingsvermogen werkte hun persoonlijk karma volledig uit op aarde en dat zorgde ervoor dat zij niet meer hoefden te reïncarneren op die helse planeet. Elk leed wordt immers eens beloond.

    Het was al laat 's avonds toen Janmaat ontwaakte uit de eerste diepe slaap in zijn nieuwe Nederlandse paradijs. Hij hoorde in de verte geluiden van allerlei nachtdieren uit het oerwoud. In de hut vlogen enkele vuurvliegjes rond. Zo af en toe klonk het gehuil van een wolf in de verte. Het hele oerwoud leefde constant door gedurende de hele nacht, maar het geluid was niet storend. Hij stapte uit het bed en liep naar het open raam. De avondlucht was helder en zuiver. Het was koel, maar net niet te koud. De hemel zag er schitterend uit. Echt heel anders dan op aarde. De sterren waren feller en schitterden als pas geslepen diamanten. Zelfs de maan leek hier veel dichterbij te staan en het licht ervan was helderder. Alles leek nu heel onwerkelijk. Toch was dit geen droom. Nu zat hij echt in het paradijs, ergens op een verre planeet voor de zuivere rechtse zielen in een onbekend universum. Nu pas geloofde hij echt in het bestaan van buitenaards leven op andere planeten in een parallelle tijdsdimensie. Hij filosofeerde nog enkele minuten en ging weer slapen. In zijn hut was er geen spoor te zien van de vrouwen, wat hem wel een beetje verbaasde. "Misschien morgen", dacht hij luidop en viel opnieuw heel snel in een diepe, rustgevende slaap.

    Dit keer verschenen enkele dieren uit het bos in zijn droom, om alles over hun verleden te vertellen. Een kleine tijger met heel lange hoektanden vertelde huilend dat de mens met grote machines zijn bos had vernietigd en al zijn soortgenoten had gedood. Daardoor was hij de laatste tijger van het bos en kon niet meer reïncarneren daar, want hij bezat nog steeds het karma om een tijger te worden. Mumba had gezien hoeveel hij gehuild had in bittere eenzaamheid en uiteindelijk van de honger gestorven was als een uitgedroogd skelet. Daarom besloot zij om het karma van deze eenzame tijger weg te halen en nam zijn ziel mee naar dit paradijs. Nu pas begreep Janmaat een beetje hoe het hier werkte. Mumba regelde alle zaken in dit Nederlands paradijs. Dus hier had deze zwarte engel alle macht en alle zielen hier gehoorzaamden haar bevelen. Morgen zal ik eens met haar praten, droomde Janmaat en sliep stevig door tot de sterren opgeslokt werden door de zonnestralen.


    Dit leuke Janmaat sprookje wordt vervolgd. Klik hieronder om deel 2 direct te kunnen lezen.

  • 4.9. Sprookje: deel 2, "De zwarte gaten van het paradijs"
  • ***

    Go to previous Epage ... Go to next Epage
  • Go to Inhoudsopgave: Eerbetoon aan profeet Hans Janmaat
  • WEBpublication BOOK WART0159 / EPAGE 38 of 58


    Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
    Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

    Kritisch Podium Dewanand

    Literair
    Alle rechten voorbehouden; All rights reserved
    Offercode: WART0159
    Copyright @ Dewanand 2006