Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

Kritisch Podium Dewanand

Literair

WEBpublication BOOK WART0159 / EPAGE 11 of 58

Eerbetoon aan profeet Hans Janmaat
Een persoonlijke impressie

1. Level 1: Ikke, ikke, ikke en Janmaat stikke

1.3. 1990: extreme Bounty

Offeraar       Dewanand
Offercode      WART0159
Offerdatum     16 juni 2006
Offerlokatie   Rotterdam, PI Noordsingel, cel CS16 

Go to previous Epage ... Go to next Epage
  • Go to Inhoudsopgave: Eerbetoon aan profeet Hans Janmaat
  • Toen ik eenmaal goed in Nederland was, zo omstreeks 1987, wilde ik maar een ding. Zo snel mogelijk totaal Nederlander worden, een universitaire titel behalen en de top bereiken. Ik studeerde hard en probeerde zo Nederlands mogelijk te worden. Feitelijk wist ik niets over integratie, maar deed wel zelf mijn uiterste best om voor honderd procent (100%) te integreren in de Nederlandse samenleving.

    In Suriname had ik geen eigen identiteit aangeleerd, want daar maakt niemand zich druk om iets te zijn. Doordat ik mij nooit geaccepteerd had gevoeld door de diverse volkeren uit Suriname, kon ik mij met geen enkele echt identificeren. Zij discrimineerden mij bovendien genadeloos en juist hierom vluchtte ik uit dat land om hier in Nederland een eigen leventje op te bouwen. In zekere zin verbaast het mij dat alles nu heel anders is, maar dat zal ik aan het eind van dit boek uitleggen.

    In Suriname is er geen enkel besef van het Surinaams zijn. Men maakt zich niet druk daarom en er heerst een grote chaos in de geest van de mensen daar. Iedereen richt zich op Nederland, want dat is het beloofde land. Het is iets dat heel jammer is en de oorzaak is van alle ellende in dit landje. Suriname is duidelijk nog geen natie met een eigen nationale identiteit. Daarvoor is de bevolking veels te klein. Elke etnische groep in Suriname zoekt het zelf uit en maakt er een puinhoop van.

    Voor mij als jongere was het heel moeilijk om een eigen mannelijke identiteit op te bouwen in Nederland. Niemand steunde mij en alles moest ik alleen uitzoeken.

    Een mens kan niet in hsijn eentje een identiteit opbouwen. Hoe zag mijn Nederlandse identiteit er eigenlijk uit vroeger?


    Het belangrijkste was dat ik geloofde in evolutie en materialisme. Ik verachtte mijn eigen Indiase voorouders en verloochende mijn zwarte, Hindoestaanse afkomst. De zelfhaat die hieruit voortvloeide was vernietigend. Alles van mijzelf, vooral genetisch, vond ik minderwaardig en zwak. Kortom ik voelde mijzelf gewoon niets waard. De blanke Hollander zag ik toen als een superwezen, want zij hadden alles uitgevonden. Alle technische kennis ter wereld was immers door blanke Hollanders uitgevonden, tenminste dat was mij aangeleerd en dat geloofde ik. Ik was dom en naïef en niemand had mij de echte feiten geleerd.

    Het feit dat mijn moeder mij als ongewenste zoon had opgevoed speelde ook een grote rol in mijn opvattingen over zwarten. Want als je eigen moeder je elke dag een bordje eten geeft met haatgevoelens en duizend scheldwoorden, dan wordt er elke keer iets vernietigd in het diepst van je innerlijk. De wonden die dan ontstaan doen heel veel pijn en juist dit heeft mijn lijden vele jaren lang veroorzaakt. Maar volgens mij, is het normaal dat ouders in Suriname hun kinderen zo opvoeden. Dit is het directe gevolg van de Nederlandse kolonisatie. Dit bewijst dat Suriname nog lang niet onafhankelijk is en nog veel moet doen om vooruit te gaan. Nu is dit land totaal verscheurd en niemand maakt zich er echt zorgen om. Ja, Suriname is een triest land voor mij.

    Als jonge Hindoestaanse tiener in Nederland wilde ik hard werken en studeren om een nieuw leven op te bouwen in mijn nieuwe moederland. Suriname had ik begraven en radicaal verworpen. De verachting voor alles wat Surinaams was, leefde heel sterk in mij. Ik zag dit land (in 1987) als een vernegerde apenstaat, waarin alle Hindoestaanse meisjes vieze negerhoeren waren en het hele Hindoestaanse volk uitgeroeid zou worden. Er was geen enkele hoop meer voor Hindoestanen in Suriname en zij waren gedoemd om uit te sterven. Over India wist ik toen praktisch niets en ik dacht zelfs dat het hele Hindoeïsme daar totaal uitgeroeid was. Het is heel erg om te geloven dat je eigen volk uit zal sterven en dat je zelf machteloos moet toekijken. Dit versterkte mijn dagelijks lijden in het verre verleden.

    De hele strijd om mij thuis te voelen in Nederland verliep niet soepel. Ik voelde mij extreem minderwaardig tussen blanke Hollanders en had geen enkel zelfvertrouwen. Dat verscheurde mij totaal. Feitelijk beschouwde ik mijn eigen Indiase voorouders toen als aapmensen en daarom geloofde ik dat ik zelf ook een aapmens was. De blanke Hollander was de hoogst geëvolueerde (aap)mens op deze wereld. En zij waren ongetwijfeld superieur aan elke andere levensvorm op deze wereld. Zo dom dacht ik toen. De hele strijd om Nederlands te worden, verliep heel chaotisch. Het mislukte keer op keer, want ik had geen innerlijke rust, door alle minderwaardigheidscomplexen in mijn innerlijk. Van binnen was ik zwaar gewond en bloedde langzaam dood. Alles was een probleem in die tijd.

    Hoe kan een aap een mens worden?
    Dit is onmogelijk en juist hierdoor was ik gedoemd om te mislukken als extreme Bounty. Een Bounty is een zwarte met een blank innerlijk en hsij veracht alles wat zwart is en wil nog blanker worden. Dus dit is een aap die probeert om mens te worden. Blanken verachten zwarten die op een gegeven moment in Bounty's veranderen en discrimineren hen nog erger. Dit overkwam ook mij.

    Hoewel ik mijn uiterste best deed om helemaal Hollands te worden, ontdekte ik steeds opnieuw dat het een doodlopende weg was in het leven. Ik werd juist nog harder gediscrimineerd door de hele samenleving en aan het eind was ik een kasteloze zonder identiteit en zonder een greintje eigenwaarde. Ik was toen dus niets meer waard en dat versterkte de noodzaak om een universitaire titel te behalen. Want alleen met een titel zou mijn eigen familie mij accepteren. Ja, mijn familie is een heel pijnlijk verhaal. Mijn eigen vader verachtte mij om mijn afkomst en de rest had mij nergens voor nodig. Wat is een mens zonder een familieband? Het doet heel veel pijn om verstoten te worden door je eigen bloedverwanten.

    De problemen waren heel groot vroeger. Zeker tien jaar lang was ik suïcidaal verklaard door de psycholoog. Ik had geen enkel zelfvertrouwen en overal mislukte ik. Mijn leven in Nederland was een ware hel, als Bounty. Toch streed ik door om iets te bereiken. Tot het uiterste strijden om te overleven is immers beter, dan lijdzaam en passief afwachten, tot je dood en laf neervalt. Het strijden zit echt in mijn bloed.

    Het feit dat ik in 1990 een Nederlandse vriendin had, heeft mij ontzettend veranderd. Toen was ik een echt geïntegreerde buitenlander, die met duizenden problemen en innerlijke stoornissen zat. Dat meisje wist er niet goed raad mee en aan het eind werd de relatie verbroken, omdat ik nog dieper in de put raakte. Eind 1990 zat ik zelfs zonder verblijfsvergunning. En toen volgde een periode van extreem lijden. Elke dag na 1990 was lijden en nog eens lijden, maar ik bleef doorstrijden.

    In 1991 wist ik praktisch niets af van de politieke wereld in Nederland. Ik wilde er meer over weten en besloot om enkele politieke partijen op te zoeken. Doordat ik mij als een echte Nederlander voelde en de pest had aan zwarten, voelde ik veel meer voor de rechtse partijen. De eerste rechtse partij waar ik kennis mee maakte was de Realisten. Ik bezocht enkele vergaderingen van deze partij en sprak driftig mee over het vreemdelingenvraagstuk. Tot mijn verbazing namen zij mij serieus en ik werd zelfs gewaardeerd.

    Tot dan toe waren praktisch alle ervaringen met zwarten uitermate negatief. Zwart en buitenlands zijn was iets dat ik totaal verachtte. Nee, ik geloofde niet in zwarte buitenlanders en gaf alle rechtse partijen groot gelijk om hen allemaal eruit te trappen.

    Hou Nederland blank en stop het Trojaanse paard. Dat was ook mijn levensmotto. Maar er speelde nog iets mee.

    Paria uit Suriname.
    Het was voor mij verrassend om serieus genomen te worden door rechtse, blanke Hollanders. Ze luisterden echt naar mij en ik kreeg het gevoel dat zij mij als een echte Nederlander beschouwden. Dat deed mij heel veel goeds, want nu behoorde ik echt tot een groep. Ik had nu een echte identiteit, als extreme Bounty in dit poldertje. In Suriname werd ik als Hindoestaan nooit gewaardeerd en niemand had mij daar echt nodig. Dat gaf mij vroeger altijd veel verdriet en de leegte was heel pijnlijk. De rechtse Nederlanders keken niet echt naar mijn afkomst, maar wilden alleen weten of ik te vertrouwen ben. Ik heb veel geleerd van het contact met de rechtse Nederlanders en nu zijn mijn inzichten in deze problematiek ontzettend toegenomen. Een ding wist ik zeker. In Suriname zou ik gewoon weggejaagd worden als een Hindoestaanse hond, want daar denkt men veel racistischer. In Nederland namen mensen van de rechtse partijen mij serieus en juist hiervoor ben ik ze tot nu toe heel dankbaar.

    Topcarriere CD, rechterhand Janmaat.
    Mijn kennis van de Nederlandse politieke wereld nam langzaamaan toe. Ik abonneerde mij op vele partijbladen van alle rechtse partijen en begon te begrijpen wat er zoal speelde in de hoofden van de rechtse Nederlanders. Ik gaf hen groot gelijk, want ik had toch de pest aan zwarten en alle buitenlandse volkeren. Mijn enige levensdoel was toen om totaal Nederlands te worden en een eigen carrière op te bouwen in dit nieuwe moederland.

    Hans Janmaat trok mij heel erg aan. Hij was zo mannelijk en zijn wilskracht bewonderde ik. Elke keer als hij op televisie sprak klapte ik van plezier. Ja, dacht ik, kom op Janmaat, leer die domme zwarten eens een lesje, dacht ik dan. Janmaat was toentertijd de enige politicus die kritiek had op vreemdelingen en asielzoekers. Ik was ondertussen bezig met het schrijven van een heel theoretisch boek over rechts-extremisme, want ik wilde er alles over weten. Op grond van mijn theorieën en inzichten had ik geconcludeerd dat de rechtse stroming groot gelijk had en veel meer macht moest krijgen. Vaak dacht ik er toen aan om actief lid te worden van de CD en een hoge positie te veroveren. Soms fantaseerde ik zelfs dat ik de rechterhand van Janmaat was en hem overal begeleidde tijdens zijn toespraken. Ja, Janmaat was een kerel met moed. Hij was eerlijk en oprecht en dat waardeerde ik. Wat is er immers verkeerd aan als een man eerlijk verteld wat hij denkt?

    Helemaal Nederlander worden is helemaal geen grote kunst. Als ik nu terug kijk naar mijn verleden als extreme Bounty, dan vraag ik mijzelf af hoe groot het psychologisch verschil was tussen een blanke en ik. Eigenlijk geef ik nu eerlijk toe dat ik toen reeds voor honderd procent geïntegreerd was in psychologisch opzicht. Dit betekent dat ik precies dacht en redeneerde als elke andere blanke Nederlander. Maar ik deed er beslist een schepje bovenop en wilde een extremistische Nederlander zijn die echt strijd voor Nederland.

    Op een bepaalde wijze ben ik sterker verbonden met het blanke Nederlandse volk dan met welk ander volk dan ook. Al mijn liefdespartners waren van Nederlandse afkomst. En liefde is de snelste weg naar totale assimilatie. Vroeger wilde ik zelfs helemaal vrouw worden en trouwen met een Nederlandse homoman. Dat plannetje is aardig mislukt, want mijn carrière in de gaywereld is totaal afgesloten. Nu ben ik zelfs getrouwd met een Hindoemeisje uit Surianme. De homoseksuele levensfase is nu dus echt voorbij en ik ben een heleboel levenservaring rijker. Mijn leven is nu totaal veranderd en daar ben ik heel tevreden over.

    Sedert 1990 heb ik tijdens elke verkiezing trouw op de CD gestemd, als deze meededen. In 1995 stond ik zelfs op de steunlijst van de CD-fractie in Delft en tot nu toe ben ik daar heel trots op. Heel vaak droomde ik erover om de belangrijkste man te worden in de CD. Ik had een ideaal in het leven destijds en wilde mijn haat voor zwarten echt goed in de praktijk brengen. De CD zou een primeur hebben als zij een Hindoestaan op de landelijke kieslijst zouden zetten. Dan zou niemand hen meer van racisme kunnen beschuldigen en dan zouden zij zeker meer zetels behalen. Maar iets van binnen weerhield mij ervan om deze radicale stap te wagen. Ergens diep van binnen, koos ik toch alleen voor mijzelf.

    Ik zat toentertijd met veel levensvraagstukken en was heel eenzaam. Het was mij niet gelukt om echt innige vrienden en vriendinnen te maken bij de CD. Dit was iets waarnaar ik verlangde. Voor mij is politiek immers een vriendjesspel. Het gaat niet om de formaliteiten. Nee, ik zocht kameraden en boezemvrienden. En dit lukte helemaal niet bij de CD. Maar ook bij andere politieke partijen mislukte het contact met de blanke Nederlanders. Ze accepteerden mij niet helemaal en ik kon hen gelijke nooit worden. Van binnen voelde ik hoe ik steeds opnieuw afgewezen werd en als een vreemdeling behandeld werd. En dat deed pijn op den duur.

    De constante afwijzing brak mij in duizend stukken. Het hele ideaal om helemaal blank te worden werd langzaamaan toch totaal verwoest. Ik voelde een leegte in mijn innerlijk en dat maakte mij tot een diep ongelukkig mens. Het was omstreeks 1994, geloof ik, op dat moment en ik was een totaal mislukte man in Nederland. In zekere zin had ik niets meer om voor te leven. Toen in 1994 was ik een soort semi-illegaal, want ik had geen verblijfsvergunning. De aanvraag voor verblijfspapieren was al vier jaar in behandeling en ik mocht het beroep in Nederland afwachten, met een uitkering van de gemeente erbij. Maar ik voelde mij geen profiteur of parasiet in dit land. Nee, toen was ik doodziek, maar streed toch dapper door als een echte hindoestaanse man om toch iets op te bouwen, ondanks alle ellende en tegenslagen.

    Zelfs mijn familie had mij toen verstoten en ik werd altijd als een hond weggejaagd. Dat deed heel veel pijn, want een Hindoestaan zonder familie is praktisch dood verklaard. Het leven was destijds heel bitter en elke dag leed ik extreem. Iedere dag uit die tijd dacht ik eraan om zelfmoord te plegen, want het is een schande om mislukt te zijn. Toch leef ik nog en daar ben ik nu trots op.

    Ik moet wel zeggen dat zwarten mij altijd diep teleurgesteld hebben. En dat vergeet ik nooit. Elk volk heeft een eigen unieke cultuur en dat dient een ieder te respecteren. Vroeger in Suriname had ik niet geleerd wat cultuur is. Alles hierover heb ik in Nederland geleerd. In dit land heb ik mij ontwikkeld, door vol te houden en constant te strijden. Ondanks alle ellende ben ik nooit gevlucht in drank, drugs en criminaliteit. Daar ben ik tot nu toe heel trots op.

    ***

    Go to previous Epage ... Go to next Epage
  • Go to Inhoudsopgave: Eerbetoon aan profeet Hans Janmaat
  • WEBpublication BOOK WART0159 / EPAGE 11 of 58


    Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
    Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

    Kritisch Podium Dewanand

    Literair
    Alle rechten voorbehouden; All rights reserved
    Offercode: WART0159
    Copyright @ Dewanand 2006