Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

Kritisch Podium Dewanand

Literair

WEBpublication BOOK WART0141 / EPAGE 42 of 92

Een Dynamisch Vreemdelingenbeleid
Hindu nazism (Hindoe nazisme)

2.0. Breinfase 2:
Oplossen van de oplossingen

2.12. Theorie betreffende integratie

2.12.1. Algemeen integratie model (incl. onstoffelijke)


Klik op de foto om het helemaal te zien


Offeraar       Dewanand
Offercode      WART0141
Offerdatum     16 juni 2006

Go to previous Epage ... Go to next Epage
  • Go to Inhoudsopgave: Een Dynamisch Vreemdelingenbeleid. Hindu nazism
  • In de huidige Nederlandse samenleving hoor ik vele Nederlanders steeds maar weer over integratie praten. Zelfs de meest linkse figuren praten erover. Ik praat er ook over. Maar ik wil duidelijkheid en ben zo exact mogelijk. Immers kennis is de sleutel tot hogere inzichten. En hogere inzichten maken geavanceerde oplossingen mogelijk. Daarom heb ik lang over integratie nagedacht. Hopelijk verschaft mijn zienswijze de lezer(es) betere inzichten in het begrip integratie.

    Allereerst enkele definities:
    Ras: een groep van individuen met dezelfde genetische eigenschappen. Er is sprake van een directe koppeling tussen het DNA en het begrip ras. Deze koppeling is afhankelijk van de lichamelijke eigenschappen die in acht genomen worden. Het begrip ras is alleen van stoffelijke manifestaties afhankelijk.

    Volk: een groep individuen met gezamenlijke genetische, historische, culturele of gevoelsmatige kenmerken. Het is m.i. vaak het gevoel dat een volk vormt. Je kan niet alleen op grond van iemands uiterlijke (DNA) kenmerken zeggen dat iemand tot een bepaald volk behoort. Het begrip volk hangt dus ook van onstoffelijke zaken af.

    Ik beschouw in het hiernavolgende in principe alleen het Nederlandse volk, als ik het over een volk heb. De Nederlander wordt dus in deze teksten gebruikt als referentievolk.

    Integratie is het participeren op stoffelijk of onstoffelijk niveau in de activiteiten en manifestaties van een ander volk. Integratie is afhankelijk van: de tijd, stoffelijke manifestatie, het contact met het ander volk, eigen gevoel voor het ander volk en vooral het niveau van het contact met het ander volk. Integratie komt feitelijk ook neer op het betreden van het stoffelijk of onstoffelijk territorium van een volk. Een echte filosoof en theoreticus zou kunnen beweren dat ieder lid van een volk moet integreren in hsijn eigen volk. Dus integratie begint bij de wieg.

    Er zijn diverse soorten en niveaus van integratie. Wel kan je onderscheid maken tussen stoffelijke en onstoffelijke integratie. Er zijn ook grensgebieden tussen deze twee. Het is zelfs mogelijk dat er op een bepaald niveau desintegratie volgt na een periode, hoe lang dan ook, van integratie. Dit heb ik zelf geconstateerd in de praktijk.

    De genoemde niveaus hoeven niet expliciet elkaar op te volgen. Zij zijn echter vaak afhankelijk van elkaar. Iemand die bijvoorbeeld niet verbaal geïntegreerd is in de Nederlandse samenleving, zal nooit en te nimmer filosofisch kunnen integreren. De ordening is niet strikt maar wel logisch opgezet.

    Stoffelijke integratie
    Naar oplopend niveau zijn de stoffelijke niveaus van integratie:

    1. Materiele of fysieke integratie:
    geschiedt alleen al door je fysieke aanwezigheid in het territorium van een ander volk. Een toerist is dus ook op deze manier, hetzij eventjes, geïntegreerd.

    2. Seksuele integratie:
    door gewoon (fysieke) seks, zonder planning, normen en waarden, te bedrijven met het andere volk. Het maakt niet uit wat voor seks je in acht neemt. Bij de seksuele integratie is de kans groot (bij hetero's) dat er ongewenst nageslacht ontstaat, met mogelijk nadelige gevolgen voor de samenleving.

    3. Genetische integratie:
    door volgens gefundeerde normen en waarden te trouwen met een lid van het andere volk. Het doel is daarbij het verwekken van functionele nakomelingen met de copulatiepartner uit het andere volk. Op dit niveau bedrijf je dus gereguleerde seks met een lid van het andere volk. Ook het fungeren als leverancier van zaad- of eicellen aan behoeftige leden van het andere volk, kun je tot de genetische integratie rekenen. Bij de genetische integratie wordt er meestal volgens een bepaalde paarfractal samen geleefd met elkaar.

    4. Visuele integratie:
    het bewust veranderen van je uiterlijke kenmerken om op de leden van het andere volk te lijken. Dit kan geschieden middels o.a. plastische chirurgie, make-up, (blauwe) ooglenzen, haarmode, huidskleur (Michael Jackson), kleding, schoenen, gedrag, etc. Alle stoffelijke handelingen, uiterlijke modificaties of materiele transformaties om meer op het ander volk te lijken, behoren tot dit niveau van integratie. Dit niveau kan je ook het imitatie niveau (na-aap niveau) van de stoffelijke integratie noemen. In het feministische tijdschrift, Opzij, van september 1995, nummer 9, stond er een leuk stuk, getiteld : "Een operatie om je normaal te voelen", over visuele integratie van etnische minderheden.

    Een vijftienjarig Marokkaans meisje had haar neus veranderd door een operatie. Op school werd zij namelijk gepest vanwege haar Arabisch uiterlijk. Zulke etnische operaties komen ook veel voor in de Verenigde Staten. Joodse vrouwen laten hun neus veranderen en Aziaten hun oogleden. Cosmetische chirurgen krijgen hierdoor een overvolle agenda. Oorspronkelijk veranderden alleen blanke vrouwen hen te kleine borsten of lieten hun rimpeltjes weghalen. Nu hebben de etnische minderheden de chirurgie ontdekt, als ultieme middel om visueel beter te integreren in de blanke maatschappij.

    Vermeldenswaard hierbij is dat sommige meisjes uit islamitische minderheidsgroeperingen het hoofddoekje gebruiken om hun etnische identiteit en meerwaarde bewust te benadrukken. In theorie zou elk buitenlands meisje een frivole minirok of een flitsbikini moeten dragen om visueel te integreren in de Nederlandse samenleving, want zo kleedt de meerderheid van de blanke Hollandse meisjes zich. Het is echter logisch dat veel buitenlandse meisjes zich hiertegen verzetten, want in hun cultuur is de meerwaarde van vrouwen immers totaal anders gedefinieerd en een hoerige minirok met pumps wordt daarbij gezien als een verlaging en kleinering van het vrouwzijn.

    Het valt mij altijd op dat jonge meisjes uit alle culturen heel veel bezig zijn met hun uiterlijk en hierom beschouwd kunnen worden als de ultieme professionals van het visuele integratieniveau. Bij jongens en mannen is het allemaal wat simpeler, want een driedelig grijs kostuum met een stijve zwarte herenschoen is zo een beetje alles wat een Nederlands herenmodehuis te bieden heeft. Mannenmode kan hierom ook uniforme-mode genoemd worden. Macht, gezag, status (leger, rechtspraak, hogeschool) en invloed zijn de fundamentele drijfveren van mannelijke kledingstijlen. Aandacht, aantrekkelijkheid, uniciteit, fantasie en speelsheid behoren tot de typische kenmerken van (neofiele) meisjes- of vrouwgerichte modetrends.

    5. Ecologische integratie:
    hetzelfde voedingspatroon ontwikkelen als het andere volk. Het doel van dit niveau is om alleen datgene te gaan eten wat er in het nieuwe thuisland kan worden verbouwd. Ook de eigen kookgewoonten kunnen hierbij aangepast worden aan het nieuwe leefmilieu. Het fundamentele principe van dit integratieniveau is gebaseerd op het begrip econologie, oftewel de theorie van een ecologisch verantwoorde economie.

    Voeding is haast iets fundamenteels voor de mens en hierom is dit integratieniveau heel belangrijk. Door het toegenomen internationaal handelsverkeer worden voedingsgewoonten van volkeren tegenwoordig heel snel veranderd. Bepaalde traditionele gerechten blijven echter belangrijk voor het behouden en ontwikkelen van de eigen volksidentiteit. Hier in Nederland is Kwie Kwie (gepantserde vissoort uit tropische landen) in massala een echt traditioneel Hindoestaans gerecht, dat echt deel uitmaakt van de complexe hindoestaanse identiteit. Voor de echte Nederlander is haring (Hollandse Nieuwe) het toppunt van de eigen oude volksidentiteit. Bijna elk volk heeft een eigen favoriete vissoort op de traditionele menukaart.

    6. Economische integratie:
    het participeren in de economische handelingen van het andere volk. Dit kan bijvoorbeeld geschieden door bijvoorbeeld : te werken, te consumeren, een huis te kopen of een eigen bedrijf op te richten. Dit niveau is eigenlijk een grensgebied tussen het stoffelijke en het onstoffelijke integratie-niveau. Maar het identiek hanteren en bezitten van stoffelijke zaken van het andere volk staan altijd centraal bij de economische integratie. De ontwikkeling van de diverse materiele behoeften staan centraal bij de economische integratie. Het belang van deze behoeften (primair, secundair en tertiair) is een goede maat om exact vast te stellen hoe ver iemand economisch geïntegreerd is. In onze (materiele) consumptiemaatschappij is het logisch dat mensen hun tertiaire behoeften buitensporig ontwikkelen, omdat de media dat dagelijks propageren.


    Onstoffelijke integratie
    Het onstoffelijke is uitgebreider en veelomvattender. Geprobeerd is om alle onstoffelijke niveaus van integratie op te noemen. Maar, omdat de mens, op het onstoffelijk vlak, zo veel kanten heeft is de navolgende opsomming niet compleet of uitputtend. Ook de ordening kan betwist worden. Het strikte criterium voor de ordening, die hierna volgt, is kennis van en over het andere volk.

    Naar oplopend niveau zijn de onstoffelijke niveaus van integratie alsvolgt:

    1. Informele integratie:
    het contact met de leden van het andere volk is goed te noemen. Maar het contact blijft oppervlakkig. Er is weinig verdere integratie. Veel allochtonen, zeker tachtig procent, zijn alleen maar informeel geïntegreerd. Dit niveau wordt gekenmerkt door verstarring van de ideeën en opvattingen over het andere volk. Er is geen dieper inzicht in het onstoffelijke bewustzijn en geest van het andere volk. Dit niveau kun je met een mooi woord ook massa-integratie noemen. Het merendeel van de migranten blijft immers levenslang op dit niveau leven.

    2. Juridische integratie:
    wettelijke rechten en plichten hebben op het territorium van het andere volk. Je hebt dus de steun van de rechterlijke macht van het andere volk. Dit houdt in: acceptatie en onderwerping aan de wetten van het andere volk. Het krijgen van een verblijfsvergunning, een verblijfsstatus of het genaturaliseerd worden zijn voorbeelden van juridische integratie. Een illegaal is in staat om dit formele niveau van integratie jarenlang uit te stellen.

    3. Sociale integratie:
    je hebt goeie, stabiele, standvastige en langdurige vriendschappen gesloten met leden van het andere volk. Op dit niveau is het ook goed mogelijk dat je intieme (op liefdesgebied) relaties hebt met leden van het andere volk. Maar het seksuele overheerst je kontakten helemaal niet. Het seksuele is dan slechts een middel om het sociaal contact te verbeteren en verder te integreren. Natuurlijk is sociale integratie ook goed mogelijk zonder seksuele betrekkingen aan te gaan met leden van het andere volk.

    4. Gevoelsmatige integratie :
    je gewoon verbonden voelen, zelfs subjectief, met het andere volk. Gevoel is iets wat heel raar kan zijn. Op dit niveau is er heel veel zelfbedrog mogelijk, omdat gevoelens geen basis zijn voor feiten en echte manifestaties. Ik ken gevallen van migranten die gevoelsmatig geïntegreerd zijn in de Nederlandse samenleving maar dit feitelijk niet zijn op de lager gelegen niveaus van integratie.

    5. Literaire integratie:
    het regelmatig lezen van hoogstaande literatuur in de taal van het andere volk staat hierbij centraal. Ook het zelf produceren van literatuur voor het andere volk is een voorbeeld van perfecte literaire integratie.

    6. Verbale integratie:
    je praat de taal van het andere volk vrijwel accentloos. Je woordenschat komt overeen met (of is zelfs groter dan) die van een gemiddeld lid van het andere volk. Het ontwikkelen van nieuwe woorden in de taal van het andere volk beschouw ik als het supremum van verbale integratie.

    7. Communicatieve integratie:
    communicatie (praten, redeneren, discussiëren) met leden van het andere volk gaat probleemloos. Je begrijpt de gedachtewereld van het andere volk uitstekend, maar je hebt nog steeds een eigen gedachtewereld gebaseerd op je eigen cultuur.

    8. Organisatorische integratie:
    een individuele migrant richt bijvoorbeeld een eigen bedrijf op. Hsij moet dan rekening houden met de organisatiestructuren van het andere volk. Ook kan deze vorm van integratie geschieden door groepen migranten, die als groep, desnoods in hun eigen taal, een eigen organisatie opbouwen. Omdat op dit niveau de organisatie- en samenwerkingsstructuur het belangrijkst is, beschouw ik het niet als een vorm van stoffelijke integratie.

    9. Politieke integratie:
    je participeert in het politieke krachtenspel van het andere volk. Je bent bijvoorbeeld, bij voorkeur actief, lid van een politieke partij en bezoekt regelmatig de georganiseerde bijeenkomsten van de politieke partij. Als groepen migranten eigen politieke organisaties oprichten is dit ook een hele stap op weg naar politieke integratie. Zij moeten dan wel zeteltjes behalen. Vermeldenswaard is wel dat veel xenofobe Nederlanders rillen bij de gedachte aan een sterke politieke partij, die geheel uit migranten bestaat.

    10. Filosofische integratie:
    het participeren in de filosofische opvattingen en (collectieve) discussies van het andere volk. Op dit niveau hoeft de persoon zich nog niet geheel identiek en gelijkwaardig te voelen aan het andere volk. De migrant kan op dit niveau ook een eigen unieke bijdrage leveren m.b.t. de filosofische opvattingen van het andere volk.

    11. Identificaire integratie:
    het alleen maar jezelf identificeren met leden van het andere volk. Op dit niveau is het ook mogelijk dat er sprake is van een meerdimensionale identiteit. Er zijn dus verschillende identiteits-vectoren en identiteits-pijlers in het bewustzijn. Veel Hindoestanen voelen zich bijvoorbeeld gedeeltelijk Nederlander (soms wel papieren-Nederlander), een beetje Hindoe, een snufje Surinaams en tegelijkertijd ook Indiër. Er kan dus sprake zijn van een stabiele complexe identiteit. Iemand die dit niveau bereikt heeft ziet het Nederlands volk meestal als hsijn belangrijkste referentiegroep, mits de moedertaal Nederlands is.

    12. Culturele integratie:
    alle culturele gebruiken zijn zowat identiek aan die van het andere volk. Soms is er sprake van zelfbedrog. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat iemand slechts economisch geïntegreerd is, maar cultureel helemaal niet.

    13. Psychische integratie:
    Je zelfbeeld, gevoelens, gedachten, identiteitsgevoel, fantasiewereld, bewustzijnsstructuur, belevingswereld, historisch besef, gelukkigheidsfilosofie en ideeën zijn volkomen identiek met die van het andere volk. Dit betekent feitelijk dat de cerebrale organisatie van de hersenen hetzelfde is. De persoon heeft vrijwel dezelfde associaties.

    Professor C.G. Jung heeft de menselijke psyche heel ruw in een diagram geschetst. (Zie pagina 59, van C.G. Jung, Over grondslagen van de analytische psychologie). Dit diagram, dat eruitziet als gekleurde cirkels in elkaar, is alsvolgt opgebouwd, van binnen naar buiten:

    1. Het collectieve onbewuste, de kern van de psyche;

    2. Het persoonlijk onbewuste;

    3. Het endopsychisch gebied, o.a. doorbraken, affecten, subjectieve componenten van de functies en het geheugen;

    4. Het ectopsychisch gebied, o.a. intuïtie, voelen, denken en gewaarworden (de perifere functie).

    Bij psychische integratie kan dus, relaterend aan Jung's theorie, gesteld worden dat tenminste het ectopsychische gebied, de buitenste laag van het bewustzijn, hetzelfde moet zijn als dat van het andere volk.

    14. Geestelijke integratie:
    je hele geest is identiek aan die van het andere volk. Er is sprake van een identieke kijk op praktisch alle gebieden. Mensen die vanaf hun prille jeugd onder het andere volk zijn geweest zullen dit niveau makkelijker bereiken. Dit niveau wordt vaak door geadopteerde (vaak zwarte of gekleurde) kinderen bereikt. Dit heb ik in de praktijk geconstateerd. Ik vind het soms afschuwelijk en nogal raar dat een zwarte precies zo denkt en voelt als een blanke.

    15. Ziels integratie:
    het gevoel dat je ziel (atma) geheel en al verbonden is met het andere volk is aanwezig. Je denkt zelfs dat je ziel afkomstig is uit een overleden lid van het andere volk. In de Westerse reïncarnatie opvatting is het onacceptabel dat een menselijke ziel afkomstig kan zijn van een ander (vooral niet-blank) volk of een niet-mens. Ik heb het nu wel over een migrant in een Westers land.

    16. Karmische integratie:
    het verbonden voelen met het karma van het andere volk. Het denken en geloof dat handelingen en (goede en slechte) daden van het andere volk jouw wedergeboorte (reïncarnatie) en levensloop zullen beïnvloeden.

    ***

    Go to previous Epage ... Go to next Epage
  • Go to Inhoudsopgave: Een Dynamisch Vreemdelingenbeleid. Hindu nazism

  • WEBpublication BOOK WART0141 / EPAGE 42 of 92


    Home Podium Politiek Religie Hindoeisme Islam Suriname India Liefde Jongeren
    Literair Poezie Zeepkist Gastenboek Links Disclaimer Contact

    Kritisch Podium Dewanand

    Literair
    Alle rechten voorbehouden; All rights reserved
    Offercode: WART0141
    Copyright @ Dewanand 2006