Home
Podium
Politiek
Religie
Hindoeisme
Islam
Suriname
India
Liefde
Jongeren
Literair
Poezie
Zeepkist
Gastenboek
Links
Disclaimer
Contact
Kritisch Podium DewanandLiterair
WEBpublication BOOK WART0166 / EPAGE 14 of 94
11. WAT HEEFT DE BHAGAVAD-GITA VOOR MIJ GEDAAN?
Offeraar Dewanand
Offercode WART0166
Offerdatum 16 juni 2006
Go to Inhoudsopgave: 'Random Droomboek Jongeren'
Oorspronkelijk:
Offercode: Art066
Offerdatum: zaterdag 29 maart 1997
Dit artikel heeft het karakter van een persoonlijk levensverhaal.
Het bevat een stukje uit mijn leven. Het doel is om andere Hindoestanen
te vertellen wat de Bhagavad-gita-zoals-ze-is voor mij heeft gedaan. En
hoe dit boek, van 5000 jaar geleden, mijn leven heeft veranderd.
Het was ergens in 1989, geloof ik. Het was een eenzame, koude en verlaten
dag uit mijn leven. Iemand klopte in de namiddag op mijn deur. Met veel
tegenzin liep ik naar de voordeur en deed open. Een man in een fel oranje
gewaad sprak mij vriendelijk aan. Hij wilde even praten met mij. Ik liet
hem binnen, hoewel het een risico leek. Die man vertelde mij iets over
het Hindoeïsme en gaf mij een paar stukjes zoete geheiligde koek
(prasad) te eten. Uiteindelijk vertelde hij mij dat ik enkele boeken kon
kopen van hem. Vol wantrouwen volgde ik zijn woorden. Hij vertelde mij
dat ik mijn hele leven op deze boeken kon baseren. Snel vroeg ik naar
de prijs. De vijf boeken kostten slechts 36,30 euro (is tachtig gulden).
Na wat hoofdrekenen concludeerde ik dat het een rendabele aankoop leek
en dat deze man geen afzetter kon zijn. Ik besloot om die boeken te kopen
en schreef direct een betaalcheque van de (Amro) bank uit. Na de koop
sprak de man nog wat vriendelijke woorden tot mij en vertrok. De vijf
boeken waren netjes ingepakt in plastic. Ik zette ze ergens neer in mijn
kleine studeerkamer. Eén van de boeken was de Bhagavad-Gita-zoals-ze-is,
in het Nederlands. Eerlijk gezegd had ik toen geen enkel besef van de
inhoud van dit boek. Wel had ik wat vage (en overwegend negatieve) verhalen
gehoord over de heilige boeken van mijn Indiase voorouders. Maar veel
deden die verhalen mij niet echt.
Enkele weken na de aankoop besloot ik om een van de vijf boeken door
te bladeren. De Sanskriet teksten en woorden in het millennia oude devanagri
schrift begreep ik helemaal niet. De in het Nederlands vertaalde verzen
en de verklaringen deden mij niet echt veel. Ik was destijds wel te onrustig
om deze kennis tot mij te nemen. Uiteindelijk stopte ik die boeken in
een grote doos onder mijn bed. Mijn leven zette zich daarna voort onder
begeleiding van vele winden, stormen, aardbevingen en vulkanen. Soms leek
het alsof die vijf boeken onder mijn bed een mysterieuze invloed uitoefenden
op mijn gemoedsrust. Dit is iets wat echt waar is. Iets in die boeken
trok mij aan, maar iets anders had een afstotende invloed. Ik had in 1989
geen enkel geloof in mijn toekomst. Religie was mij onbekend. Het materiële
en de Europese technologie waren mijn enige houvast op deze wereld. Darwinistisch
en evolutionair denken beheersten mijn gedrag. Mijn identiteit was nergens
op gebaseerd, en ontbrak in zekere zin geheel. En ik was toen al 24 jaar.
Ik zocht overal naar kennis en inspiratie om verder te leven, hoewel
de rand van het leven vaak bereikt werd. De bijbel deed mij niet veel.
De koran was te beangstigend. En moslims gedroegen zich zo raar en soms,
o zo gewelddadig. Nee, de islam kon mij niet boeien. Te dogmatisch en
zo leeg. Dianetics, een boek van een Amerikaanse nucleaire wetenschapper,
was een tijdje leuk, maar het verveelde snel. Scientologen zijn namelijk
te zakelijk en beslist niet religieus ingesteld. Boeken van andere grote
schrijvers bleven slechts enkele weken naijlen, en verdwenen daarna uit
het gezichtsveld.
Toen ik de eerste keer iets las uit de Bhagavad-gita begreep ik niets
ervan. Het leek wartaal. Maar toen was ik net een klein kind dat een ingewikkelde
wiskundige formule aanschouwt en uiteindelijk een vliegtuigje vouwt van
het velletje en het de lucht in gooit. Want iedere vers uit de Bhagavad-gita
is net een ingewikkelde wiskundige formule, die je jarenlang moet analyseren
om het te begrijpen en aan te tonen. In het hiernavolgende zal ik steeds
enkele verzen uit de Bhagavad-gita aanhalen en kort vertellen wat ze nu
betekenen voor mijn persoonlijke denk- en handelwijze.
Lees even de volgende verzen uit de Bhagavad-gita over
de drie vormen van geluk.
Bhagavad-gita, vers 18.36-37
O beste der Bharata's, wil nu luisteren naar wat Ik je te zeggen heb over
de drie vormen van geluk die de gebonden ziel geniet en waardoor ze soms
de beëindiging van alle verdriet bereikt. Wat in het begin vergift
schijnt te zijn, maar aan het eind nectar, en ons tot zelfverwerkelijking
brengt, wordt geluk in de geaardheid goedheid genoemd.
Bhagavad-gita, vers 18.38
Dat geluk dat voortkomt uit contact van de zinnen met hetgeen ze beroert
en dat nectar schijnt te zijn in het begin, maar vergift aan het eind,
wordt geluk in de geaardheid hartstocht genoemd.
Bhagavad-gita, vers 18.39
En dat geluk dat blind is voor de mogelijkheid van zelfverwerkelijking,
dat begoocheling is van begin tot eind, en dat voorkomt uit slaap, luiheid,
en illusie, heet geluk in de geaardheid onwetendheid.
Bhagavad-gita, vers 18.40
Er bestaat geen enkel wezen, noch hier, noch onder de halfgoden in de
hogere planetenstelsels, dat vrij is van de invloed van de drieërlei
aard der stoffelijke natuur.
Vroeger wilde ik alles weten. Want ik geloofde dat kennis echt alles was.
Je kon immers pas gelukkig zijn als je over alle kennis van de wereld
beschikte. Maar in vers 18.39 staat dat onwetendheid één
van de drie vormen van geluk is. De geaardheid onwetendheid moet dus niet
onderschat worden voor het ervaren van geluk. Dit vers heeft mijn leven
echt totaal veranderd. Nu besef ik altijd dat alles wat ik niet weet mij
in onwetendheid houdt, maar mij tegelijkertijd geluk kan bezorgen. Dus
te veel vragen stellen hoeft niet meer. Wees dus blij dat je in onwetendheid
verkeert. Want hoe zou het zijn als je alles wist. Een klein voorbeeld.
Stel dat iemand over een week zal sterven, met 100 procent zekerheid.
Zodra deze persoon dit te weten komt, zal hsij een heel ellendige week
doormaken vol verdriet en leed. Maar als besloten wordt om deze persoon
in onwetendheid te laten, dan zal de laatste week beslist doorgebracht
worden in de geaardheid geluk. Dus het is niet altijd goed om alles te
willen weten.
Laatst ontmoette ik iemand die horoscopen kan lezen. Ondanks het aanbod
om gratis mijn horoscoop te laten bepalen, besloot ik te kiezen voor de
richtlijn van vers 18.39 uit de Bhagavad-gita. Ik besloot om in onwetendheid
te blijven t.a.v. mijn horoscoop, want dat kon mij gelukkiger maken. Dit
besluit verbaasde die persoon ontzettend, maar ik ben er tot nu toe dik
tevreden over. Onwetendheid is immers een vorm van geluk.
In vers 18.36-37 wordt duidelijk gemaakt dat goedheid ook een van de
drie vormen van geluk is. Over de waarheid van dit vers denk ik heel vaak
na. Hoe werkt dit vers in de praktijk van het dagelijkse leven? Stel dat
iemand in nood zit en hulp nodig heeft. Dan kan je besluiten om geen hulp
te bieden omdat je gewoon geen tijd of zin hebt. Dan denk je alleen aan
je eigen egoïstische voordelen. Het bieden van hulp aan zo iemand
zal je immers geen directe voordelen opleveren. Maar als je jezelf in
de geaardheid goedheid brengt en besluit om die persoon wel te helpen,
dan merk je vaak enkele interessante zaken. Terwijl je die persoon helpt,
kun je het ervaren als vergift, omdat het je niet veel voordelen oplevert
op dat moment. Maar later zul je het beslist anders zien. Want diezelfde
persoon kan je zo dankbaar zijn, dat je een soort voldoening kan ervaren.
Dus dan proef je de nectar aan het eind, uit het genoemde vers. En dit
kan je tot zelfverwerkelijking brengen. Wat zegt de Bhagavad-gita
over zelfverwerkelijking?
Bhagavad-gita, vers 2.13
Zoals de belichaamde ziel in dit lichaam geleidelijk van kinderjaren overgaat
naar jeugd en ouderdom, zo gaat ze bij de dood naar een ander lichaam
over. Een zelfverwerkelijkte ziel raakt door zo'n verandering niet uit
haar evenwicht.
Bhagavad-gita, vers 2.53
Is je geest niet meer in beweging te brengen door de bloemrijke taal der
Veda's en verkeert hij onwankelbaar in de verheven rust der zelfverwerkelijking,
dan ben je het goddelijk bewustzijn deelachtig geworden.
Bhagavad-gita, vers 18.51-53
Wanneer men door zijn verstand gelouterd wordt en de geest vastberaden
beteugelt, wanneer men hetgeen de zinnen bevredigt laat varen en zich
zo bevrijdt van gehechtheid en haat, wanneer men in afzondering leeft,
weinig eet, lichaam en tong beheerst, altijd in verheven concentratie
is en onthecht, zonder vals ego, valse kracht, valse trots, lust en woede,
en wanneer men geen stoffelijke zaken aanneemt, raakt men beslist bevorderd
tot het peil der zelfverwerkelijking.
Bhagavad-gita, vers 3.34
Van alles wat op de zinnen inwerkt ondergaan de belichaamde wezens de
aantrekking en de afstoting, maar men moet zich niet door de zinnen en
hetgeen op ze inwerkt laten leiden, want het zijn struikelblokken op de
weg naar zelfverwerkelijking.
Bhagavad-gita, vers 3.18
Een zelfverwerkelijkte persoon heeft bij het vervullen van zijn voorgeschreven
plicht geen bepaalde oogmerken, noch heeft hij enige reden om zulk werk
niet te verrichten. Evenmin heeft hij ook maar de geringste behoefte zich
van een ander levend wezen afhankelijk te stellen.
Bhagavad-gita, vers 3.19
Daarom dient men, zonder zich aan de vruchten van zijn daden te hechten,
louter uit plichtsbetrachting te handelen; want wanneer men belangeloos
werkt, bereikt men het Allerhoogste.
Deze verzen spreken duidelijke taal en maken heel goed duidelijk wat
het begrip zelfverwerkelijking in houdt. Vers 3.18 maakt duidelijk dat
onafhankelijkheid een kenmerk is van een zelfverwerkelijkte persoon. De
verzen uit de Bhagavad-gita zijn zeer duidelijk. Maar het is niet nodig
om er dogmatisch in te geloven. Dit blijkt uit de volgende verzen.
Bhagavad-gita, vers 8.28
Wie de weg der toegewijde dienst op gaat, behoudt de vruchten van het
bestuderen der Veda's, van het naleven van strenge zelftucht, het doen
van schenkingen of het verrichten van filosofische en vruchtdragende bezigheden.
Bhagavad-gita, vers 13.8-12
Nederigheid, bescheidenheid, geweldloosheid, verdraagzaamheid, eenvoud,
het benaderen van een bonafide geestelijk leraar, reinheid, evenwichtigheid
en zelfbeheersing; onthechting van al wat tot zinsbevrediging dient, vrijheid
van vals ego, het kwade zien van geboorte, dood, ouderdom en ziekte; niet
gehecht zijn aan kinderen, vrouw, huis en haard, en gelijkmoedigheid zowel
bij aangename als onaangename gebeurtenissen; voortdurende en onverdeelde
toewijding jegens Mij, verblijven op eenzame plekken, onthechtheid van
alle mensen in het algemeen; inzien hoe belangrijk zelfverwerkelijking
is en filosofisch onderzoek verrichten inzake de Absolute Waarheid - dit
alles verklaar Ik tot kennis, en wat hier tegenin gaat is onwetendheid.
Uit deze verzen blijkt dat het noodzakelijk is om zelf filosofisch onderzoek
te verrichten om de Absolute Waarheid te ontdekken. Dus het is niet noodzakelijk
om alles uit de Bhagavad-gita letterlijk te geloven. Zelf op pad gaan
en zelf onderzoek verrichten is ook nodig. Het volgende vers over kennis
boeit mij heel erg.
Bhagavad-gita, vers 10.11
Uit mededogen met hen verdrijf Ik, wonend in hun hart, met de stralende
lamp der kennis het duister, geboren uit onwetendheid.
Hierin wordt gesproken over de stralende lamp der kennis. De beeldspraak
erin trekt mij heel erg aan. Dit vers maakt ook duidelijk dat de duisternis
verdreven wordt door kennis. Over de waarheid hiervan kan een mens een
heel leven nadenken. Het mysterieuze aspect van de Bhagavad-gita houdt
mij wel erg bezig. Het openingsvers luidt als volgt:
Bhagavad-gita, vers 9.2
Deze kennis is de bekroning van alle onderricht, het geheimste van alle
geheimen. Het is de zuiverste kennis en omdat ze door realisatie rechtstreeks
inzicht geeft in het zelf, is ze de vervolmaking der religie. Ze is onvergankelijk
en wordt met vreugde toegepast.
Het vers vertelt dat de kennis van de Bhagavad-gita onvergankelijk is.
Ik vraag mij altijd af hoe waar dit is. En volgens dit vers is de kennis
het geheimste van alle geheimen, dus heel erg geheim. Dit is eigenlijk
een feit. Sedert de Bhagavad-gita vijfduizend jaar geleden geschreven
werd, is de kennis erin geheim gebleven voor de massa. Pas de afgelopen
decennia is dit boek in andere talen uit het Sanskriet vertaald en verspreid
over de hele wereld. Maar hoeveel mensen zijn in staat om dit boek helemaal
te begrijpen? De kennis blijft kennelijk geheim, misschien voor eeuwig.
Dit vers is echt mysterieus. Juist hierdoor word ik geïnspireerd
om continu na te denken over de vele mysterieuze aspecten van de oude
Hindoeïstische geschriften. Iets wat onvergankelijk is, zal nooit
vergaan. Het moet dus tijdloos zijn. Hoe tijdloos zijn de verzen? Er staat
ook dat de kennis zuiver is en inzicht geeft in het zelf. Nu is het inderdaad
zo dat ik op een onbegrijpelijke manier mijzelf steeds beter ben gaan
begrijpen sedert ik de Bhagavad-gita heb bestudeerd. Het vers klopt wel
een beetje. En dat de kennis de vervolmaking der religie is, intrigeert
mij in hoge mate. Vers 9.2 is ook zo een vers waar een mens een heel leven
over kan nadenken. Toch inspireert dit vers mij altijd om onderzoek te
verrichten naar de waarheid of onwaarheid van de vele verzen uit de Bhagavad-gita.
Het is wel zo dat de complexiteit van de vele verzen heel groot is. Hierover
zeggen de volgende verzen iets.
Bhagavad-gita, vers 9.11
Dwazen bespotten Me wanneer Ik neerdaal in Mijn menselijke gedaante. Ze
weten niet dat Mijn wezen bovenzinnelijk is, noch dat Ik heers over al
het zijnde.
Bhagavad-gita, vers 9.22
Maar wie Mij toegewijd aanbidden en op Mijn bovenzinnelijke gedaante mediteren,
schenk Ik wat ze missen en laat Ik behouden wat ze hebben.
Bhagavad-gita, vers 9.23
Wat iemand ook maar aan andere goden offert, O zoon van Kunti, is eigenlijk
bedoeld voor Mij alleen, maar het wordt geofferd zonder kennis van zaken.
Bhagavad-gita, vers 9.24
Ik ben de enige genieter en het enige doel van alle offers. Zij die Mijn
werkelijke, bovenzinnelijke aard niet doorgronden vallen terug in het
stoffelijk bestaan.
Bhagavad-gita, vers 17.25
Men dient offers, boete en barmhartigheid te verrichten door er het woord
tat bij uit te spreken. Het doel van dergelijke bovenzinnelijke activiteiten
is bevrijd te raken uit de materiële verstrikking.
Krishna zegt dat Hij bovenzinnelijk is. Iets wat bovenzinnelijk is kan
niet doorgrond worden door iemand die op zinnelijk niveau leeft. De woorden
van Krishna zijn bovenzinnelijk. Daarom is de hele inhoud van de Bhagavad-gita
ook bovenzinnelijk. Het is dus heel moeilijk om alles in één
keer of binnen enkele jaren geheel te begrijpen. Een dik boek over wiskundige
stellingen en axioma's kan immers ook niet na één jaar studie
totaal begrepen worden. Veel verzen uit de Bhagavad-gita zijn op een bepaalde
manier ondoorgrondelijk. Juist hierdoor trekken de verzen mij aan. Het
hele boek is een soort mysterie.
Door mijn materialistische denkwijze uit het verleden is het logisch,
dat ik zeer geïnteresseerd ben in verzen die over materie uitleg
geven. In de Bhagavad-gita wordt de volgende vers uit een ander Hindoeïstisch
geschrift aangehaald.
Srimad Bhagavatam (5, 5: 4-6),
gevangenschap in de materie,:
"De mensen zijn dol op zinsbevrediging en weten niet dat dit huidige
lichaam, dat vol ellende is, het gevolg is van hun baatzuchtige streven
in het verleden. Hoewel dit lichaam tijdelijk is, bezorgt het ons op velerlei
wijzen last. Daarom is het niet goed zinsbevrediging na te streven. Men
wordt geacht mislukt te zijn in het leven, zo lang men niet onderzoekt
wat het wezen van alle baatzuchtig streven is, want zo lang men nog behept
is met het zinsbevredigings-bewustzijn, dient men van het ene lichaam
naar het andere te blijven verhuizen. Ook al houdt de geest zich nog zo
met baatzuchtige activiteiten bezig en ook al is hij nog zo door onwetendheid
beïnvloedt, toch dient men liefde te ontwikkelen voor de toegewijde
dienst van Vasudeva. Alleen zo kan men de kans krijgen vrij te komen uit
de gevangenschap van het stoffelijk bestaan."
Het begrip gevangenschap trekt vrijwel niemand aan. Toch zijn, zoals
dit vers verklaart, inderdaad veel mensen tegenwoordig gevangenen van
de materie. Het materiele is hun hoogste doel. Zij zijn gevangenen van
het stoffelijk bestaan. In dit vers wordt het begrip baatzuchtig streven
aangehaald. Nu zijn er vele andere verzen hierover, die ik even opsom.
Bhagavad-gita, vers 2.49
O Dhananjaya, bevrijd jezelf van alle baatzuchtig werk door toegewijde
dienst en geef je aan dat bewustzijn volkomen over. Zij die de vruchten
van hun werk willen plukken zijn schrapers.
Bhagavad-gita, vers 3.26
Laten de wijzen de geest der onwetenden, die gehecht zijn aan baatzuchtig
werk, niet in de war brengen. Ze moeten niet worden aangemoedigd met werken
op te houden, maar over te gaan tot werken in toegewijde dienst.
Bhagavad-gita, vers 3.31
Wie zijn plicht doet volgens Mijn voorschriften en zich trouw en zonder
afgunst houdt aan hetgeen Ik hier onderwijs, wordt bevrijd uit de gevangenschap
waarin hij zich door zijn baatzuchtig streven bevindt.
Bhagavad-gita, vers 4.12
De mensen van deze wereld wensen te slagen in hun baatzuchtig streven
en aanbidden daarom de halfgoden. Baatzuchtige arbeid in deze wereld werpt
natuurlijk snel vruchten af.
Bhagavad-gita, vers 4.14
Er is geen enkele vorm van werk die invloed op Me heeft, noch houd Ik
me op met baatzuchtig streven. Wie deze waarheid aangaande Mij begrijpt,
raakt evenmin als Ik verward in de terugslagen van baatzuchtig werk.
Bhagavad-gita, vers 4.19
Wie bij geen enkel handelen verlangt naar zinsbevrediging, wordt geacht
volledige kennis te bezitten. De wijzen noemen zo iemand een werker wiens
baatzuchtig streven is opgebrand in het vuur der volmaakte kennis.
Bhagavad-gita, vers 4.20
Alle gehechtheid aan de vruchten van zijn arbeid opgevend, voortdurend
tevreden en onafhankelijk, laat hij elk baatzuchtig streven varen, ook
al is hij met allerlei zaken in de weer.
Bhagavad-gita, vers 9.12
Degenen die aldus verdwaasd zijn, voelen zich aangetrokken tot demonische
en goddeloze opvattingen. In hun begoochelde staat blijft er van hun hoop
op verlossing, hun baatzuchtige activiteit en hun kennisontwikkeling niets
over.
Bhagavad-gita, vers 13.25
Sommigen aanschouwen de Superziel door meditatie, anderen door hun kennis
te verdiepen, en weer anderen door onbaatzuchtige arbeid.
Bhagavad-gita, vers 14.22-25
De Allerhoogste sprak: Wie verlichting, gehechtheid en begoocheling niet
haat wanneer ze zich voordoen, noch ernaar verlangt wanneer ze verdwijnen;
wie zich onbezorgd betoont en zich buiten bereik van de terugslagen van
de geaardheden der stoffelijke natuur bevindt, wie stand houdt, omdat
hij weet dat het slechts de geaardheden zijn die actief zijn; wie vreugde
en pijn om het even zijn en wie een brok aarde, een steen en een klomp
goud met gelijke blik beziet; wie onbewogen blijft in eer en schande,
wie geen verschil maakt tussen vriend en vijand, wie alle baatzuchtig
streven heeft laten varen - zo iemand heet aan de geaardheden der natuur
ontstegen te zijn.
Deze verzen vertellen heel veel over het begrip baatzuchtigheid. En deze
verzen hebben mijn gehele visie op dit begrip veranderd. Mijn gehele denkwijze
is erdoor veranderd. Er is zoveel veranderd in mijn innerlijk dat ik het
nu niet kan beschrijven.
Het volgende vers heeft mij ook heel erg geraakt.
Bhagavad-gita, vers 6.40
De Allerhoogste sprak: Zoon van Partha, de opwaarts strevende, die zich
bezighoudt met gunstige zaken, gaat noch in deze wereld, noch in de geestelijke
te niet; iemand die goed doet, Mijn vriend, wordt nimmer door kwaad overmand.
Goed doen is dus heel belangrijk om het kwaad buiten de deur te houden.
Het vers spreekt voor zichzelf. Het is juist dit vers dat mij altijd motiveert
om goede handelingen te verrichten, die ook een onbaatzuchtig karakter
kunnen hebben.
Sedert ik de Bhagavad-gita beter ben gaan begrijpen en regelmatig ben
gaan lezen is er heel veel veranderd in mijn innerlijk. Mijn rust en kalmte
zijn hersteld. Mijn identiteit heeft een vaste en stabielere vorm verkregen.
En mijn zelfrespect is toegenomen. Vroeger had ik helemaal geen zelfwaardering.
Nu is dat geheel hersteld. Ik waardeer mijzelf. Het feit dat mijn voorouders
uit het oude India zo een boek hebben geschreven geeft mij kracht en zin
in het leven. Want vroeger schaamde ik mij heel erg om mijn Hindoestaanse
afkomst. Ik leed aan ernstige minderwaardigheidscomplexen en was heel
erg kwetsbaar. Dankzij de Bhagavad-gita ben ik nu een mens die zin heeft
in het leven. Die niet meer aan zelfmoord denkt en die geloof heeft in
de toekomst.
Vroeger was angst een groot probleem van mij. Ik was heel angstig door
alle traumatische ervaringen uit mijn onmenselijke verleden. Lees eens
wat de Bhagavad-gita zegt over angst.
Bhagavad-gita, vers 2.35
De grote veldheren, die een hoge dunk hadden van je naam en eer, zullen
denken dat je louter uit angst het slagveld hebt verlaten en je daarom
een lafaard vinden.
Bhagavad-gita, vers 4.10
Vrij van gebondenheid, angst en woede, geheel in Me opgaand en Me als
hun toeverlaat beschouwend, werden er in het verleden zeer velen gelouterd
door kennis aangaande Mij - en zo vatten ze allen bovenzinnelijke liefde
voor Me op.
Bhagavad-gita, vers 5.17
Wanneer verstand, geest, geloof en toevlucht alle samenkomen in de Allerhoogste,
wordt men door volkomen kennis geheel gereinigd van angst en twijfel en
gaat men snel vooruit op de weg der bevrijding.
Bhagavad-gita, vers 5.27-28
Wanneer hij zich voor alle uiterlijke zaken afsluit, zijn ogen en innerlijke
blik gericht houdt op het punt tussen de beide wenkbrauwen, de in- en
uitgaande adem tegelijk zwevende houdt in de neusgaten, en op deze wijze
geest, zinnen en verstand beteugelt, raakt degeen die het bovenzinnelijke
nastreeft bevrijd van begeerte, angst en woede. Wie zich altijd in deze
staat bevindt, is beslist verlost.
Bhagavad-gita, vers 6.13-14
Men dient romp, hals en hoofd recht opgericht te houden en onafgebroken
naar de punt van de neus te staren. Met onbewogen, bedwongen geest, vrij
van angst en volkomen vrij van geslachtelijkheid, dient men in zijn hart
op Mij te mediteren en Me het einddoel van zijn leven te maken.
Bhagavad-gita, vers 11.45
Nu ik deze universele gedaante heb gezien, die ik nimmer tevoren heb aanschouwd,
ben ik verblijd, maar tegelijk is mijn geest angstig en verward. Wil me
daarom Je genade bewijzen en openbaar me wederom Je gedaante als Persoonlijkheid
Gods, O Heer der heren, O toevlucht van het universum.
Bhagavad-gita, vers 12.15
Wie niemand in moeilijkheden brengt, zich niet door angst laat verontrusten
en evenwichtig is in geluk en verdriet, is Mij zeer dierbaar.
Bhagavad-gita, vers 18.8
Wie zijn voorgeschreven plichten staakt omdat hij ze lastig vindt, of
uit angst, wordt geacht te handelen in de geaardheid hartstocht. Deze
vorm van handelen leidt nimmer tot de hoogte die men door verzaking bereikt.
In vers 5.17 wordt gezegd dat volkomen kennis iemand reinigt van angst
en twijfel, en dat men dan snel vooruit gaat op de weg der bevrijding.
Welnu, vroeger was ik heel angstig. Nu is dat geheel verdwenen. Vers 12.15
maakt duidelijk dat een mens zich niet door angst moet laten verontrusten.
Het lijkt dus alsof ik nu gereinigd ben door de verzen en kennis uit de
Bhagavad-gita. Nu heb ik echt het gevoel dat ik goed ben zoals ik ben.
Mijn klein, Indiaas uiterlijk accepteer ik nu veel beter. Ik ben gelukkiger
en leef vreugdevol. De tijden van ondraaglijk lijden zijn voorbij. En
de vreselijke druk om te presteren is geheel verdwenen. Ik hoef niet beter
te worden dan alle anderen. Nu voel ik mij verbonden met Krishna, en hsijn
schepselen. Mijn normen komen rechtstreeks van de lippen van Krishna zelf.
Daarom heb ik zekerheid en innerlijke rust.
Het lijkt, hoe raar het ook mag klinken, alsof die sannyasin door Krishna
zelf gestuurd was om de Bhagavad-gita aan mij te "geven" in
1989. De cheque die ik uitgeschreven had, werd pas na een jaar geïnd.
En zijn woorden, "Je kan je hele leven op deze boeken baseren",
waren ongetwijfeld waar. Hij had gelijk. Ik geloof nu echt dat er een
Schepper bestaat. En dat die Schepper bepaalt wanneer je de wereld zal
verlaten. En dat je alleen dood gaat als je tijd op deze wereld echt voorbij
is. Krishna zal persoonlijk iedereen tegenhouden, die zelfmoord wil plegen
op een eenzame dag, die niet de laatste is. Maar zolang je leeft moet
je altijd gelukkig en tevreden zijn met alles wat je hebt en met alles
wat je niet hebt. Iedereen die ongelukkig is zal eens door Krishna zelf
gelukkig gemaakt worden, en dan pas inzien hoe waardevol dit mensenleven,
een bevoorrechte kans, niet kan zijn.
Er zijn ook verzen die iets vertellen over je plichten
en over het verrichten van arbeid.
Bhagavad-gita, vers 3.8
Doe je voorgeschreven plicht, want werken is beter dan niets doen. Een
mens kan niet eens zijn lichaam onderhouden zonder te werken.
Bhagavad-gita, vers 3.9
Werk als offer aan Vishnu opgedragen, moet worden verricht, anders bindt
werk ons aan de stoffelijke wereld. Vervul daarom je voorgeschreven plicht
om Zijnentwil, O zoon van Kunti, en aldus zul je altijd onthecht en vrij
van gebondenheid blijven.
Bhagavad-gita, vers 18.47
Het is beter zich aan zijn eigen taak te wijden, ook al verricht men haar
gebrekkig, dan zich over andermans taak te ontfermen en haar volmaakt
te verrichten. De plichten die de mens zijn voorgeschreven naar gelang
zijn wezen leiden nimmer tot terugslagen zoals bij zondige activiteiten.
Bhagavad-gita, vers 18.48
Ieder streven gaat gepaard met fouten, zoals vuur gepaard gaat met rook.
Daarom dient men werk dat met zijn aard strookt niet te laten varen, O
zoon van Kunti, ook al wemelt het van de fouten.
Nu begrijp ik beter wat het doel van het leven is. En hoe je het beste
kunt leven. Het heeft geen zin om je alleen met baatzuchtige activiteiten
bezig te houden. De Bhagavad-gita heeft zoveel veranderd bij mij. Het
boek van Sri Sathya Sai Baba over de Bhagavad-gita heeft ook heel veel
duidelijk gemaakt voor mij. Nu ben ik zo blij dat ik een zinvol bestaan
leidt. Mijn angsten uit het verleden zijn teniet gedaan. Vele problemen
zijn opgelost. Ik kan het haast niet geloven. Mijn huidige wereld is nieuw.
Ik lijk geheel gezuiverd en herboren. En ik sta nog steeds versteld van
het feit dat mijn Indiase voorouders zulke goed ontwikkelde, intelligente
en beschaafde mensen waren. Alle Hindoestanen zouden iets kunnen leren
hieruit. Misschien zouden ook andere levende wezens de Bhagavad-gita moeten
bestuderen. Zou de wereld niet veel beter worden als iedereen een vreugdevol
bestaan zou leiden, zonder materialisme, egoïsme en baatzuchtige
daden. De levende wezens op ruimteschip aarde moeten echt nog veel leren.
Ja, de mensen, dieren, planten, bacteriën moeten nog veel leren.
Tot besluit nog vijf verzen uit de Bhagavad-gita die
mij heel veel doen.
Bhagavad-gita, vers 5.2
De Allerhoogste sprak: Zowel het verzaken van werk als werk in toewijding
leidt tot bevrijding. Maar van deze twee is werk in toewijding beter dan
het verzaken van werk.
Bhagavad-gita, vers 8.5
En alwie in het uur des doods zijn lichaam verlatend uitsluitend aan Mij
denkt, komt onmiddellijk tot Mij. Dit lijdt geen twijfel.
Bhagavad-gita, vers 8.7
Daarom, Arjuna, dien je altijd aan Mij te denken en tegelijk je voorgeschreven
plicht te vervullen en te strijden. Als je je daden aan Mij wijdt en je
geest en verstand naar Mij richt, zul je ongetwijfeld tot Me komen.
Bhagavad-gita, vers 9.4
Dit gehele universum is van Mij doordrongen in Mijn ongeopenbaarde vorm.
Alle wezens zijn in Mij, maar Ik ben niet in hen.
Bhagavad-gita, vers 9.5
En toch rust al het geschapene niet in Mij. Aanschouw Mijn mystieke volheid!
Ook al ben Ik de instandhouder van alle levende wezens en ook al ben Ik
overal, toch is Mijn Zelf de oorsprong der gehele schepping.
Noten:
Doordat ik alle verzen van de Bhagavad-gita
ingetypt heb in een computerfile, kan ik middels trefwoorden snel alle
relevante verzen opzoeken over een onderwerp.
***
Go to Inhoudsopgave: 'Random Droomboek Jongeren'
WEBpublication BOOK WART0166 / EPAGE 14 of 94
Home
Podium
Politiek
Religie
Hindoeisme
Islam
Suriname
India
Liefde
Jongeren
Literair
Poezie
Zeepkist
Gastenboek
Links
Disclaimer
Contact
Kritisch Podium DewanandLiterair
Alle rechten voorbehouden; All rights reserved
Offercode: WART0166
Copyright @ Dewanand 2006
|