| |
Home
Podium
Politiek
Religie
Hindoeisme
Islam
Suriname
India
Liefde
Jongeren
Literair
Poezie
Zeepkist
Gastenboek
Links
Disclaimer
Contact
Kritisch Podium DewanandLiterair
WEBpublication BOOK WART0166 / EPAGE 12 of 94
9. Rampen als voorspoed
Offeraar Dewanand
Offercode WART0166
Offerdatum 16 juni 2006
Go to Inhoudsopgave: 'Random Droomboek Jongeren'
Oorspronkelijk
Offercode: Art123
Offerdatum: vrijdag 10 april 1998
Speciaal geschreven voor deelname aan Cimedart essaywedstrijd
"Hallo, hoe gaat het met jou". Dit
zijn vaak de eerste woorden tijdens het weerzien van twee menselijke wezens.
Het antwoord op deze vraag is meestal zakelijk, en luidt over het algemeen
alsvolgt: "Goed, en met jou". Er wordt over en weer dus geïnformeerd
naar de dagelijkse gang van zaken, want men wil graag de stand van de
levensbarometer weten. De wijzer ervan kan op zeer goed, goed, redelijk,
slecht of zeer slecht staan. Over het algemeen is het sociaal niet geaccepteerd
om eerlijk te vertellen hoe het gaat, want er is bij iedereen weleens
wat mis. Een kleine of grote ramp overkomt elk gezond mens regelmatig.
Mensen zijn in het algemeen gesteld op goed nieuws. Iemand die bijvoorbeeld
altijd hsijn problemen rondbazuint, hoeft echt niet te rekenen op enthousiaste
reacties van anderen, want mensen zijn geneigd om probleemfiguren te vermijden
en zoveel mogelijk te ontwijken. Veel mensen in
nood ervaren dat opeens alle vrienden en liefste vriendinnen geen tijd
meer hebben of gewoon geen contact meer willen. "Zoek het maar uit",
zegt men zonder woorden, waardoor de ramp emotioneel wordt versterkt en
het slachtoffer sterk het gevoel krijgt dat hsij alleen ervoor staat en
het helemaal alleen moet oplossen. Het wordt dan een kwestie van "je
ramp overleven" of sterven. Hierbij ontstaat de vraag of een ramp
gezien kan worden als goed of als slecht. Is een ramp voorspoed of is
het tegenspoed? Moet een intelligent mens blij zijn dat hsij een ramp
over zich heen heeft gekregen en door een diep dal vol ellende moet kruipen
om het te kunnen overleven?
Een ramp kan als volgt gedefinieerd worden: een aantoonbare gebeurtenis
die het voortbestaan in gevaar brengt of kan beëindigen. De middelen
van bestaan kunnen bijvoorbeeld sterk gereduceerd worden, waardoor de
overlevingskans verminderd is. Of de leefomgeving is beschadigd, zodat
een hele soort uitsterft.
Stel dat er geen rampen bestonden. De ergste ramp die een mens kan overkomen
is de dood. Er bestaat een sprookje over een land waar de mensen niet
dood konden gaan. Iedereen in dit land is gezond, intelligent, ontwikkeld
en leeft vrij. Het ironische van dit sprookje is dat in dat land de zelfmoordpil
het meest gebruikt werd, omdat velen ongelukkig zijn en dood willen gaan,
maar dat niet kunnen. Hoe is deze situatie te verklaren? Misschien verlangt
de mens toch naar de ergste ramp ter wereld, de dood, of zit het anders.
Leven en doodgaan zijn twee extreme tegenpolen. Net als goed en slecht,
positief en negatief, hoog en laag, enz. Het zijn feitelijk binaire existentieniveaus
van het menselijk bewustzijn. Een menselijk wezen heeft een zekere intelligentie
in zich en kan daardoor de buitenwereld en zichzelf binair analyseren.
Uit deze analyse volgt dan een conclusie, die weer op binaire wijze wordt
geanalyseerd en geïnterpreteerd. Doodgaan wordt meestal als levensbedreigend
en negatief ervaren en doorleven als positief. In het land waar niemand
meer dood kan gaan, bedreigt de dood de mens niet meer, waardoor doodgaan
niet meer negatief wordt ervaren, na de binaire analyse ervan. Het doodgaan
wordt met positiviteit geassocieerd, en verder leven met negativiteit.
Het lijkt er in zekere zin op dat mensen wel behoefte hebben aan rampen,
omdat zij binair kunnen denken. Als het altijd goed zou gaan, zou het
op den duur toch slecht gaan. Kan daarom een ramp als voorspoed worden
gezien? Zou iemand die morgen levend verbrand wordt of op de elektrische
stoel wordt geëxecuteerd, je lachend en hoopvol vertellen dat het
uitstekend gaat en dat hsij nog nooit zo gelukkig is geweest? Iemand uit
het land van het eerdergenoemd sprookje zou wel zo reageren. Dit illustreert
duidelijk dat de interne referentie van het bewustzijn alles bepaalt bij
het beoordelen van catastrofes.
In de natuur zijn catastrofes heel normaal. Denk maar aan een vulkaanuitbarsting,
waarbij vele miljoenen dieren, bomen en andere planten compleet worden
vernietigd. Of een tyfoon die het leven in een groot gebied verwoest.
Of aan de krokodil die een jong hertejong meedogenloos vermoordt en opeet.
Ondanks al deze rampen bestaat de natuur voort. Een dier of plant gaat
anders om met rampen dan een mens. Dit is iets wat waarschijnlijk veroorzaakt
wordt door de met intelligentie behepte mens. Wat zou de mensheid doen
als er over tien jaar een grote asteroïde op aarde zou ploffen en
99 procent van het leven zou uitroeien? De hele mensheid zou zich massaal
bundelen en er alles aan doen om dit te voorkomen. Vele honderden miljoenen
zouden besteed worden aan het internationaal reddingsproject om de dood
van de hele mensheid te voorkomen. Maar de dieren en planten zouden zich
nergens van bewust zijn en zich dan ook nergens om druk maken, totdat
zij allen weggevaagd zijn. De mens probeert altijd om een naderende ramp
te ontwijken, te voorkomen of in hsijn voordeel te benutten. Voortbestaan
is iets wat zeker centraal staat in het leven. Alle gebeurtenissen die
het voortbestaan kunnen beëindigen ziet de intelligente mens als
een kleine of grote ramp.
Kan een ramp het leven ten nutte zijn? Beschouw eens enkele echte catastrofes.
In de Tweede Wereldoorlog zijn er bijvoorbeeld zes miljoen Joden uitgeroeid
door de fanatieke aanhangers van wijlen Adolf Hitler. De Joden stonden
destijds echt op het punt om totaal uitgeroeid te worden, maar werden
op het laatste nippertje gered door de geallieerden. Deze redding had
vele gevolgen. Zo kregen zij een eigen staat, na tweeduizend jaar als
ontheemden te hebben geleefd in Europa. Zij deden er vervolgens alles
aan om hun toekomst op te bouwen en hun voortbestaan veilig te stellen.
Intensieve samenwerking, totale mobilisatie, een versterkt identiteitsgevoel
en een nieuwe overlevingsstrategie waren het motto van de Joden die de
concentratiekampen van Hitler hadden geproefd. De Hitler-ramp heeft de
Joden totaal veranderd. Na de oorlog was het zelfbewustzijn van hen ontzettend
versterkt en zij begonnen op een respectabele wijze een nieuwe staat op
te bouwen. Heden ten dage hebben de Joden weer hoop en weten dat zij wel
iets waard zijn. De Joodse taal, cultuur en traditie bloeien als nooit
tevoren. Zij leven voort en zijn overwegend optimistisch gestemd. Was
de Hitler-ramp dan toch goed voor de Joden? Was deze ramp feitelijk hun
voorspoed. Er zijn theorieën dat Hitler feitelijk alles voorzien
had en de Joden het beste toewenste. Daarom besloot hij om een deel van
de Joden uit te roeien, zodat de Joodse eenheid versterkt zou worden.
Als dit waar is dan was Hitler geen jodenhater, maar
wilde hij de Joden juist helpen om te overleven. De diaspora
heeft vele gezichten.
Een ramp kan nuttige gevolgen hebben. Na de ramp
zijn de zwakke kanten versterkt of vernietigd. De sterke kanten zijn nog
sterker geworden, waardoor het voortbestaan is bevorderd. Dit is de feitelijke
invloed van een ramp op een levend wezen. Vorig jaar had ik bijvoorbeeld
een interessant gesprek met een blanke Nederlandse jongen van 22. Hij
was opgegroeid zonder problemen, in welvaart en had nooit een tegenslag
ervaren. Dus keek hij naar mij en zei: "Ik heb niets gemist in het
leven". Ik legde hem uit dat hij ongelijk had. Dat verbaasde hem.
"Jij hebt armoede en ellende gemist", legde ik hem uit, waarop
hij mij gelijk gaf. Hij stond behoorlijk rood bij de bank, maar wist niet
hoe hij dat kon voorkomen, omdat hij gewend was aan een luxueus en duur
leventje. Als hij eerder armoede had gekend was alles heel anders gegaan
in zijn leven. Een ramp kan het leven van een mens verrijken en hsijn
ontwikkeling versterken. Na iedere overlevingsstrijd wordt de overlevingskracht
versterkt, zodat het voortbestaan nog zekerder wordt. Juist hierom mag
een mens met veel problemen en ellende heel blij zijn. Hsij is gewoon
een gezegend wezen, dat steeds sterker zal worden, en op het eind misschien
over bovenmenselijke capaciteiten kan beschikken.
Een ramp bestaat uit drie fasen, namelijk:
1. De fase ervoor.
2. De fase dat de ramp zich voltrekt.
3. De fase dat de ramp voorbij is.
Voor een ramp kan het leven heel mooi en onbezorgd zijn, want men is zich
van geen kwaad bewust. Alles loopt op rolletjes en er zijn waarschijnlijk
geen problemen die de nachtrust verstoren. Dan keert het tij.
De beste rampen komen als donderslagen
bij heldere hemel. Zo opeens op een stralende dag ontstaat er een
probleem, dat een tijdperk van problemen en ellende aankondigt. Tijdens
dit voltrekken hoeft een mens zich van geen kwaad bewust te zijn. Iemand
wiens arm wordt weggerukt, voelt op het moment dat het gebeurt niets,
omdat er een verdovende stof wordt aangemaakt in de hersenen. De daadwerkelijke
uitvoeringsfase van een ramp is meestal heel kort. Een goede ramp geschiedt
in enkele milliseconden en laat een bloedig spoor van pijn, verdriet,
ontgoocheling en verbijstering achter.
"Waarom moest dit mij nu overkomen",
is een veel gehoorde uitlating na de uitvoeringsfase van een ramp. De
mens is totaal verbijsterd en ontzet als er een levensbedreigende gebeurtenis
heeft plaatsgevonden. Hsij reageert nooit
met de woorden: "Heerlijk zo'n ramp, nu de volgende." Nee,
de mens bedriegt zichzelf door te zeggen: "Het is voorbij, nu zal
de zon weer voor eeuwig schijnen". Maar de zon schijnt nooit eeuwig.
Het lijkt alsof mensen hun intelligentie helemaal niet gebruiken, doordat
zij zich niet realiseren dat er altijd een statistische kans bestaat dat
het eens goed mis kan gaan.
Meestal is er tijdens een ramp geen tijd om goed na te denken en wordt
er impulsief en reflexmatig gehandeld. De mens wordt eventjes met hsijn
rug tegen de muur gezet, waarna ettelijke kogels worden afgevuurd, die
elk leiden tot een traumatisch gevoel. Pas als de rook is weggewaaid begint
hsij het slagveld te bekijken en wordt alles geregistreerd en binair geanalyseerd.
Meestal is de allereerste conclusie dat er een groot probleem is ontstaan
en dat het puin nu geruimd moet worden. Er kan dan een tijdperk van extreem
pessimisme ontstaan. Men weet niet meer hoe verder te gaan. Alles is zwart
en duister. Het liefste goed kan vernietigd zijn, waardoor er geleden
wordt. Is de destructie die wordt waargenomen goed of slecht? Deze vraag
wordt zelden gesteld, want men ziet het altijd als slecht. De reële
verwoesting leidt tot extreem lijden. De schade is soms niet geheel te
overzien, waardoor er speculatieve schade ontstaat, doordat er grenzeloos
gefantaseerd wordt over de destructie. Zo dachten veel Joden na de bevrijding
dat zij geheel uitgeroeid waren. Dit gefantaseer kan tot schijnbaar "creatieve"
oplossingen leiden, zoals zelfmoord of apathie. Het grenzeloos lijden
kan echter een verlangen doen ontstaan naar grenzeloos genot. Lijden en
genot zijn namelijk binaire tegenpolen en creëren een bepaald bewustzijnsniveau.
Iemand die hsijn hele leven alleen geleden heeft en alleen haat, pijn,
honger, kou en isolatie kent, zal iets als liefde heel anders beleven,
dan iemand die alleen warmte en voorspoed heeft gekend. De ontberingen
kunnen ertoe leiden dat er waardering en eerbied ontstaat voor kleine
alledaagse zaken, zoals simpel voedsel, een spaarsaldo van een tientje
of een eigen sociale kring. Dit illustreert dat lijden een mens laat vooruitgaan,
en dat het feitelijk als voorspoed kan worden gezien. Toch wil niemand
dit zo zien, want de normale mens wil alleen genieten en doet er alles
aan om dit genot voort te zetten. Feitelijk bestaat het leven uit een
natuurlijke afwisseling van lijden en genot, hoewel niemand dit zo aanschouwt.
Een ramp luidt een tijdperk in van extreem pessimisme en soms zelfs van
oneindig lijden. Door het binaire karakter van het menselijk bewustzijn
is er een soort behoefte aan evenwicht, waardoor pessimisme vrijwel altijd
moet worden gecompenseerd met optimisme. Dit impliceert direct dat een
tijdperk van extreem pessimisme een verlangen en onweerstaanbare behoefte
schept naar extreem optimisme. Extreem lijden schept dus de kiem van extreem
genot. Als dit waar is, dan kan gesteld worden dat er zonder lijden geen
genot kan bestaan, en dat er zonder rampen geen voorspoed kan ontstaan,
als er binair wordt geanalyseerd. Waar leidt dit allemaal toe?
Adolf Hitler heeft in zijn jeugd extreem
geleden en zat met een seksueel probleem. Door dit alles ontstond
er een behoefte bij hem om eens rijk, oppermachtig en supermannelijk te
worden, dus om eens extreem te kunnen genieten. En dat lukte hem ook,
tenminste dat mag verondersteld worden. Een ander voorbeeld is Bill Gates.
Hij had op een dag niet eens genoeg geld om een droog broodje te kopen,
en was dus extreem arm. Hij verlangde naar extreme rijkdom en besloot
om dat na te streven en ook daadwerkelijk te verwezenlijken; nu is hij
de rijkste man van de wereld. Echt ongelooflijk om te zien hoe een ramp
kan leiden tot extreme voorspoed. Mensen zullen helaas nooit een ramp
met voorspoed associëren, want dat druist tegen hun natuurlijke binaire
programmering in. Een mens denkt in termen van positief en negatief, waardoor
het heel belangrijk is om onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad.
Normaliter is een ramp gewoon slecht, en is voorspoed altijd goed, maar
welke ramp goed is wordt geheel bepaald door het existentieniveau van
het bewustzijn, dat namelijk een referentiekader bevat en alles onderling
relativeert. Dit relativeren is heel belangrijk, want juist daardoor kan
extreem lijden gecompenseerd worden met extreem genot.
Uit het voorgaande kan op een bepaalde manier gezegd worden, dat pessimisme
de kiem voor optimisme is. Beide binaire polen hebben elkaar nodig. Toch
zal vrijwel niemand die geniet behoefte hebben aan lijden. Maar iemand
die lijdt heeft wel behoefte aan genot. Dit is heel vreemd en kan kennelijk
verklaard worden door de primitieve biologische programmering van de mens,
want lijden is in het algemeen nadelig voor het voortbestaan. Hierbij
denk ik bijvoorbeeld aan een jonge student die mij uitlegde dat een snee
in zijn vinger zijn leven met enkele dagen verkortte. De doorsnee mens
ziet lijden dus als nadelig en zelfs slecht. Hoe slecht lijden is, is
een vraag die je niet aan een mens moet vragen, want iedereen wil genieten.
Genot heeft een levensverlengende invloed. Iemand die bijvoorbeeld vanaf
hsijn jeugd alleen maar haat en sociale verstoting kent, en daardoor op
het punt staat om zelfmoord te plegen, zal ontzettend genieten van een
beetje menselijke warmte en daardoor weer zin krijgen in het leven.
Rampen zijn op een bepaalde manier essentieel voor
het menselijk bestaan en zelfs haar voortbestaan. Juist door de tegenspoed
die een ramp teweeg kan brengen, ontstaat er een besef dat er ook voorspoed
en genot bestaat, en dat dat nagestreefd moet worden, om het eigen voortbestaan
te verzekeren. Geen enkel mens waardeert een ramp tegenwoordig, hetgeen
waarschijnlijk veroorzaakt wordt door het ingebakken streven van een levend
wezen om alleen te willen voortbestaan. De mens is zich van dit streven
binair bewust en probeert daarom actief voort te bestaan, desnoods op
een meedogenloze wijze en ten koste van anderen. Ondanks
hsijn intelligentie zal de mens een ramp nooit als voorspoed zien. Dit
kan als eindconclusie gezien worden van deze binaire analyse van het menselijk
bewustzijnsniveau.
***
Go to Inhoudsopgave: 'Random Droomboek Jongeren'
WEBpublication BOOK WART0166 / EPAGE 12 of 94
Home
Podium
Politiek
Religie
Hindoeisme
Islam
Suriname
India
Liefde
Jongeren
Literair
Poezie
Zeepkist
Gastenboek
Links
Disclaimer
Contact
Kritisch Podium DewanandLiterair
Alle rechten voorbehouden; All rights reserved
Offercode: WART0166
Copyright @ Dewanand 2006
|
|